Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!
>
INHOUD
INLEIDING
Aanleiding voor deze factsheet
Deltafact ontwikkeld door Kennis voor KlimaatRobuustheid is een populaire term in het waterbeheer. Het heeft de associatie van stevig en ongevoelig; als iets robuust is dan zal het niet snel stuk gaan. Mede daarom wordt het begrip op allerlei manieren en in allerlei contexten gebruikt. Het Nationaal Waterplan (2009) formuleert het zo: ‘Een robuust watersysteem of robuuste ruimtelijke inrichting is in het algemeen bestand tegen extreme gebeurtenissen en voldoet bij verschillende mogelijke toekomstige ontwikkelingen’. Het gaat hier om zowel natuurlijke variabiliteit (‘extreme gebeurtenissen’) als veranderingen (‘toekomstige ontwikkelingen’). De Raad voor Verkeer en Waterstaat (2009) adviseert om bij onzekerheid de robuustheid van infrastructuursystemen te vergroten om schade te voorkomen dan wel beheersbaar te maken.

Op dit moment worden in de praktijk impliciet verschillende definities van robuustheid gebruikt. Dat kan verwarring veroorzaken. In verschillende onderzoeken wordt het begrip robuustheid gedefinieerd en uitgewerkt in kwantificeerbare onderdelen, zodat duidelijk wordt waar men op moet letten bij de toepassing ervan. Deze factsheet introduceert twee mogelijke uitwerkingen van robuustheid: systeemrobuustheid en beslisrobuustheid. Beide worden gezien als relevante benaderingen voor waterbeheer.

Robuustheid en onzekerheid

Robuustheid heeft een duidelijke relatie met onzekerheid. In het waterbeheer is niet alleen sprake van natuurlijke variabiliteit (bijvoorbeeld neerslag, afvoer), maar ook van ontbrekende kennis (bijvoorbeeld waardoor breekt een dijk) en verschillen in maatschappelijke voorkeuren. Voor investeringen die lang mee moeten gaan, zoals infrastructuur voor waterbeheer, komt hier de toekomstonzekerheid nog bij: klimaatverandering en sociaaleconomische ontwikkeling.

Onzekerheden willen we het liefst reduceren door meer onderzoek te doen, bijvoorbeeld meer meten en modellen verfijnen. Sommige onzekerheden zijn echter niet te verkleinen. Sterker nog, door meer kennis te vergaren kan het zijn dat onzekerheid toeneemt (denk aan kennis over het piping-mechanisme bij dijken, waardoor onzekerheid over falen is toegenomen). We zijn ons steeds meer bewust van het feit dat onzekerheid altijd zal blijven bestaan. Daarom zijn we ook op zoek naar methoden om inzichtelijk te maken hoe gevoelig systemen zijn voor onzekerheden, om vervolgens deze gevoeligheid of kwetsbaarheid te reduceren. Het concept van robuustheid past goed in deze ontwikkeling.

Analyse van robuustheid
Bij een analyse van robuustheid is het essentieel om ‘van wat’ en ‘voor wat’ expliciet te maken:
  • Robuustheid van wat: een systeem of beslissing, waarbij systeem beperkt kan zijn tot iets fysieks (bijvoorbeeld een dijk of een gebouw), of juist verwijst naar een gekoppeld sociaaleconomisch en fysisch systeem (bijvoorbeeld stedelijk gebied of rivier met achterliggend gebied);
  • Robuustheid voor wat: één of meerdere soorten verstoringen en/of één of meerdere soorten veranderingen. Een verstoring is extern van het systeem, en treedt op met een bepaalde frequentie (bijvoorbeeld een extreme bui of een extreem hoge of lage afvoer). Een verandering is bijvoorbeeld dat de zeespiegel stijgt of dat het landgebruik zich ontwikkelt.
Vragen die een rol spelen bij de analyse van robuustheid zijn bijvoorbeeld:
  • Systeemrobuustheid: Is ons huidige watersysteem robuust voor zeldzame gebeurtenissen (verstoringen), zoals een extreme afvoer? Met welke maatregelen kunnen we ons systeem beter voorbereiden op deze verstoringen?
  • Beslisrobuustheid: Met welke maatregel(en) kunnen we ook in de toekomst - als klimaat, landgebruik of waarden veranderen - onze doelen behalen? Gegeven de onzekerheden over de toekomst en de werking van het systeem, welke strategie stelt ons in staat om met vertrouwen de toekomst tegemoet te treden?
Relatie met andere begrippen
Zodra er naar veranderingen op de lange termijn wordt gekeken, komen ook de begrippen flexibiliteit en aanpasbaarheid van pas. Kunnen omgaan met veranderingen betekent dat een systeem, object of strategie eenvoudig aangepast kan worden, en/of dat eenvoudig overgestapt kan worden naar ander beleid. Met eenvoudig wordt bedoeld dat weinig extra kosten worden gemaakt en dat er weinig maatschappelijke weerstand zal zijn. Essentieel hierbij is dat ook het bestuurlijke systeem het vermogen heeft om aanpassingen te plannen, voor te bereiden, te faciliteren en te implementeren (‘governance’). Dit laatste wordt ook wel ‘adaptief vermogen’ genoemd (zie Mens et al., 2012).
Naar boven
GERELATEERDE ONDERWERPEN EN DELTAFACTS
Trefwoorden: overstromingsrisico, droogterisico, kwetsbaarheid, adaptatiepaden, onzekerheid
Deltafacts: vitale infrastructuur, compartimenteren
Naar boven
SYSTEEMROBUUSTHEID
Definitie
Met systeemrobuustheid doelen we op de robuustheid van een sociaaleconomisch en fysisch systeem (van wat) in relatie tot externe verstoringen (voor wat). Een verstoring is bijvoorbeeld een droogte of een hoogwater. Een systeem is robuust als het kan blijven functioneren tijdens een range aan (externe) verstoringen (Mens et al., 2011). Deze benadering van robuustheid is ontleend aan de vakgebieden biologie, engineering, transport, computerwetenschappen, waarbij een systeem of netwerk zo ontworpen wordt dat falen van een element niet leidt tot falen van het hele systeem. Dat betekent niet alleen dat de verstoring buiten het systeem wordt gehouden, maar dat er mechanismen zijn om een verstoring op te vangen in het systeem zonder dat al teveel schade wordt aangericht. Bijvoorbeeld een robuust spoorwegennet, waarbij een bevroren wissel niet tot grote ontregeling leidt.

Conceptueel gezien kan systeemrobuustheid als inverse van kwetsbaarheid worden beschouwd (Kwadijk et al., 2006). Als de kwetsbaarheid voor hoge rivierafvoeren klein is, dan is de robuustheid hiervoor groot. Verder kan deze invulling van het concept robuustheid als vervolg worden gezien op de veerkrachtbenadering voor overstromingsrisicobeheersing van De Bruijn (2005). Zij maakte al onderscheid tussen het vermogen om verstoringen buiten het systeem te houden (weerstand) en het vermogen om verstoringen op te vangen en snel ervan te herstellen (veerkracht). Voor riviervalleien betekent weerstand de aanwezigheid van dijken en voldoende ruimte voor de rivier, zodat een hoge afvoer niet meteen tot kritieke waterstanden leidt. Bij veerkracht kun je denken aan compartimenteringsdijken, noodoverloopgebieden, maar ook verhoogde vluchtwegen, distributiecentra, ziekenhuizen, etc. Huidige inzichten zijn dat elk overstromingsrisicosysteem een combinatie van eigenschappen nodig heeft om met onzekere verstoringen om te kunnen gaan. Robuuste systemen dus, met een bepaalde mate van weerstand tegen regelmatig terugkerende verstoringen en veerkracht voor extremere gebeurtenissen.

Aspecten van systeemrobuustheid
Een hulpmiddel bij het kwantificeren van systeemrobuustheid is een reactiecurve, die het verband laat zien tussen de mate van verstoring (in dit geval de piekafvoer in de rivier) en de (economische) gevolgen van deze verstoring. Door het in beeld brengen van gevolgen als functie van de verstoring ontstaat inzicht in de belangrijkste aspecten van systeemrobuustheid (Mens et al., 2011):
  • Reactiedrempel of weerstand (de kleinste verstoring waarbij significante schade optreedt);
  • Ernst van de gevolgen (absolute gevolgen, bijvoorbeeld economische schade);
  • Proportionaliteit van de gevolgen (mate waarin de schade evenredig toeneemt met een toename in de verstoring);
  • Herstelcapaciteit (hoe snel het systeem, na de verstoring, kan terugkeren naar de uitgangssituatie).
In het geval van een riviervallei, kun je bij reactiedrempel denken aan de waterstand waarbij nog geen overstroming optreedt door aanwezigheid van waterkeringen. Afvoerpieken die groter zijn dan wat de waterkeringen aankunnen hebben misschien een lage frequentie, maar áls het gebeurt zal het gebied overstromen. Met ernst van de gevolgen wordt dan de economische schade en het aantal slachtoffers/getroffenen van de overstroming bedoeld. Proportionaliteit geeft aan in hoeverre een gebied plotseling of geleidelijk overstroomt. Als bij een iets grotere afvoergolf opeens dijken breken en het hele gebied onderloopt, is dat niet proportioneel. Proportionaliteit verwijst daarmee naar de mogelijkheid van een grote ramp. Het laatste robuustheidaspect, herstelcapaciteit, hangt af van wat er precies overstroomd is, welke functies daardoor uitvallen, hoe bereikbaar het gebied nog is voor evacuatie en herstelwerkzaamheden, financiële situatie van het gebied (zijn er reserves), opleidingsniveau en gezondheid van de getroffenen, etc.

Het vergroten van robuustheid kan dus door middel van de volgende type maatregelen:
  • Schade voorkomen
  • Schade beperken
  • Proportionaliteit vergroten
  • Herstelcapaciteit vergroten

Figuur 1 laat zien hoe de reactiecurve gebruikt kan worden om het effect van maatregelen te visualiseren (zie ook Praktijkervaring). Dijken verhogen zorgt voor een hogere reactiedrempel; er ontstaat pas schade bij een hogere afvoer. Ruimte voor de rivier verhoogt ook de reactiedrempel, maar door verlaging van de waterstanden zijn de gevolgen ook kleiner. Overstroombare dijken (dus die niet falen bij hogere dan maatgevende waterstand) zorgen voor een grotere proportionaliteit en minder grote gevolgen, hoewel de schade sneller oploopt bij hogere rivierafvoeren. Een ander voordeel van overstroombare dijken is dat minder onzeker is bij welke afvoer een overstroming ontstaat, omdat de dijken niet meer kunnen doorbreken. Bij de andere alternatieven is de reactiedrempel zeer onzeker, omdat bij lagere afvoeren de dijken kunnen falen door bijvoorbeeld piping of afschuiven. De systeemrobuustheid is dus groter als er een mogelijkheid is om te anticiperen.


Figuur 1 Reactiecurve van de IJsselvallei, voor verschillende systeemconfiguraties

Naar boven
BESLISROBUUSTHEID
Definitie
Bij beslisrobuustheid gaat het om de keuze tussen maatregelen die ontworpen zijn met een bepaald doel voor ogen. Dus: robuustheid van een beslissing (‘van wat’) voor de toekomst (‘voor wat’). Beslissingen ten behoeve van het waterbeheer gaan vaak om grote investeringen met grote maatschappelijke gevolgen. Daarom willen we beslissingen nemen waarop je niet hoeft terug te komen als de toekomst anders uitpakt dan verwacht. De vraag is wat de toekomst zou kunnen brengen, en wat we nu het beste kunnen doen om onze doelen zo goed mogelijk binnen bereik te houden. Dit wordt robuust beslissen genoemd en is onder andere uitgewerkt door RAND (Lempert et al., 2003).

Scorekaarten
Een manier om beslisrobuustheid te bepalen in een toekomstverkenning is het gebruik van een scorekaart. Een scorekaart geeft aan hoe een maatregel of maatregelpakket scoort op relevante criteria in elk toekomstscenario. Voor elk relevant besliscriterium (kosten, effectiviteit) wordt geanalyseerd hoe deze varieert over de geanalyseerde scenario’s. Een keuze voor een maatregel is robuust als de kosteneffectiviteit hoog is in alle scenario’s in combinatie met de minste variatie hierin.


Figuur 2 Voorbeeld van een scorekaart voor twee maatregelen (Y en Z) en het huidige beleid (X), in drie toekomstscenario’s (A, B, C). Maatregel ‘Y’ is de meest robuuste keuze.


Adaptatiepaden
Met een scenario-aanpak wordt een maatregel geëvalueerd op een paar momenten in de tijd, bijvoorbeeld voor 2050 en/of 2100. Echter, tussen nu en deze projectiejaren kan er veel veranderen. Het is denkbaar dat we leren, veranderen en ons aanpassen, bijvoorbeeld in reactie op hoog of laag water en na evaluatie van nieuwe meetgegevens. Bovendien moeten analyses soms opnieuw gedaan worden als er nieuwe scenario’s verschijnen. Dit heeft geleid tot een andere aanpak: knikpunten en adaptatiepaden (Kwadijk et al., 2010; Haasnoot et al., 2012).

De adaptatiepadenmethode is samengevat in Figuur 3. Deze toont de stappen in een beleidsanalyse met toevoeging van knikpuntenanalyse, en een adaptatiepadenkaart. Een adaptatiepadenkaart geeft aan welke keuze voor maatregelen robuust is, in de zin dat in alle verkende mogelijke toekomsten de gestelde doelen worden gehaald. Sommige maatregelen zijn flexibel: het is dan mogelijk om over te stappen op een andere maatregel. Soms kan overstappen lastig of zelfs onmogelijk zijn. Dat noemen we een doodlopende weg of ‘lock-in’.


Figuur 3 Stappenplan voor het maken van adaptatiepaden (links) en een voorbeeld van adaptatiepaden (rechts) (naar Haasnoot et al., 2012).
Naar boven
RELATIE MET MEERLAAGSVEILIGHEID
Meerlaagsveiligheid is het combineren van verschillende soorten maatregelen die samen zorgen voor de bescherming van een gebied tegen overstromingsrampen. De eerste laag is het voorkomen van overstromingen, de tweede laag is ruimtelijke inrichting zodanig dat gevolgen van een overstroming worden beperkt, en de derde laag is het beperken van slachtoffers door rampenbestrijding.

Maatregelen in alle lagen van meerlaagsveiligheid kunnen geëvalueerd worden op hun robuustheid voor onzekerheden en veranderingen. Bij een analyse van systeemrobuustheid kan worden gekeken hoe combinaties van maatregelen de robuustheid van het systeem voor afvoergolven vergroten. Er wordt dan niet alleen in beeld gebracht wat de kans op overstromen is, maar ook hoe groot de gevolgen zijn van het overschrijden van het beschermingsniveau. Bij een analyse van de beslisrobuustheid voor toekomstonzekerheden, kan worden gekeken naar de effectiviteit van de maatregelpakketten bij toekomstige afvoeren, normen en landgebruik.
Naar boven
PRAKTIJKERVARING
Het concept van robuustheid is nog heel nieuw en er is weinig ervaring mee. Het sluit echter aan bij ontwikkelingen en methodes waar wel ervaring mee is, zoals overstromingsrisicoanalyse en de knikpuntenmethode. Hieronder volgen een aantal voorbeelden van de toepassing van robuustheid in wetenschappelijk onderzoek.

Robuuste IJsselvallei
Binnen Kennis voor Klimaat is, in samenwerking met het Deltaprogramma | Rivieren, de systeemrobuustheid van de IJssel onderzocht voor hoge afvoeren (Mens, 2012). Nog los van de verwachte toename in de frequentie van extreme afvoeren door klimaatverandering, zijn extreme IJsselafvoeren moeilijk te voorspellen door onzekerheid over de afvoerverdeling over de splitsingpunten (Rijn Waal/Pannerdensch kanaal en Pannerdensch kanaal Nederrijn/IJssel). Daarnaast is de locatie van een dijkdoorbraak en de duur van een afvoergolf onzeker. De gevolgen van overstromen hebben hierdoor een grote bandbreedte. In deze studie is de schade door overstromen berekend voor uiteenlopende gebeurtenissen (afvoergolven met verschillende piek en duur, en aantal (combinaties van) doorbraaklocaties). Hieruit bleek bijvoorbeeld dat ruimte voor de rivier een positiever effect heeft op de systeemrobuustheid dan dijken verhogen, hoewel ze beiden het overstromingsrisico reduceren. Dit komt omdat rivierverruiming de overstromingsschade reduceert, omdat er simpelweg minder water het gebied instroomt. Met Ruimte voor de Riviermaatregelen kan dus de weerstand van het systeem verhoogd worden zonder dat de gevolgen van overstromen toenemen. Verder bleek dat overstroombare dijken in potentie de systeemrobuustheid vergroten, doordat ze de onzekerheid over dijkfalen wegnemen. Hierdoor is het beter bekend waar een overstroming plaats zal vinden, en is de overstromingschade minder groot.

Robuuste keuze voor scheepvaartmaatregelen
Analyse van beslisrobuustheid helpt bij het uitstippelen van maatregelpakketten in de tijd. Hierbij zijn toekomstscenario’s nodig, over bijvoorbeeld zeespiegelstijging en landgebruiksveranderingen. Het verkennen van adaptatiepaden is uitgebreid beschreven voor een hypothetische rivierdelta gebaseerd op de rivier de Waal (Haasnoot et al., in pub.). Het doel was in dit geval om scheepvaart te garanderen. Om dit doel te bereiken zijn verschillende maatregelen bedacht, waaronder kleinere schepen en baggeren. Deze maatregelen zijn vervolgens doorgerekend voor 30 scenario’s. Het resultaat staat in Figuur 4. Als indicator voor scheepvaart werd de onbevaarbaarheid in tijd gebruikt. Met de opties kleinere schepen (small ships) en grootschalige baggerwerkzaamheden (large-scale dredging) worden de doelen in alle scenario’s bereikt. Kleinschalige baggerwerkzaamheden (small-scale dredging) is geen robuuste keuze, omdat in de meest extreme klimaatscenario’s de doelen niet bereikt worden.


Figuur 4 Adaptatiepaden voor scheepvaart in een hypothetische rivierdelta (Haasnoot et al., 2012).

Waterrobuust bouwen
Het concept van robuustheid wordt ook gebruikt in relatie tot stedelijke gebiedsinrichting en het omgaan met klimaatonzekerheden, onder de noemer ‘Waterrobuust bouwen’. Hieronder wordt verstaan ‘het op zodanige wijze inrichten van stedelijk gebied dat dit beter opgewassen is tegen een overschot en een tekort aan water’ (Van de Ven et al., 2009). In dit geval worden twee soorten verstoringen samengepakt: watertekort en wateroverschot. De volgende elementen van systeemrobuustheid komen terug: schade voorkomen, schade beperken en snel herstellen.

Robuuste dijken
Robuustheid wordt ook toegepast op het technische ontwerp van fysieke objecten, zoals waterkeringen. In de leidraad Rivieren wordt robuust dijkontwerp als volgt uitgelegd: “…in het ontwerp rekening houden met toekomstige ontwikkelingen en onzekerheden, zodat het uitgevoerde ontwerp tijdens de planperiode blijft functioneren zonder dat ingrijpende en kostbare aanpassingen noodzakelijk zijn, en dat het ontwerp uitbreidbaar is indien dat economisch verantwoord is.”
Met onzekerheden wordt hier bedoeld dat de hydraulische randvoorwaarden, dus welke waterstanden en golfhoogtes de dijk moet kunnen keren, niet exact te berekenen zijn (kennisonzekerheid). Om hiermee om te gaan worden in een robuust dijkontwerp veiligheidsfactoren ingebouwd (‘robuustheidstoeslag’). Met uitbreidbaarheid (ook wel aanpasbaarheid of flexibiliteit) wordt de mogelijkheid bedoeld om het ontwerp goedkoop aan te passen in de toekomst. Meestal vraagt dat nu een extra investering om de dijk bijvoorbeeld een iets bredere basis te geven, zodat het extra versterken in de toekomst goedkoper en minder ingrijpend zal zijn.

Robuustheid wordt hier toegepast op een fysiek systeem (dijk) en voor toekomstige veranderingen en kennisonzekerheden, maar niet zozeer voor natuurlijke variabiliteit. Je zou ook kunnen zeggen dat een robuuste dijk altijd blijft staan, ook al worden ontwerpuitgangspunten overschreden. Dit laatste wordt onderzocht in het STW-project Multifunctional Flood Defences.
Naar boven
LOPEND ONDERZOEK
Kennis voor Klimaat Thema 1
In het Kennis voor Klimaatonderzoek Thema 1 wordt systeemrobuustheid uitgewerkt voor overstromingsrisicosystemen. Het belangrijkste resultaat hiervan is beschreven bij Praktijkervaring.

Kennis voor Klimaat Thema 2
In het Kennis voor Klimaatonderzoek Thema 2 wordt systeemrobuustheid uitgewerkt voor een droogterisicosysteem. Uit de robuustheidsanalyse zal blijken welke maatregelen, die onder andere worden voorgesteld in het deltaprogramma Zoetwatervoorziening, ervoor zorgen dat het systeem beter met de natuurlijke variabiliteit van neerslagtekort en afvoertekort kan omgaan.
 
Perspectieven
In het Perspectievenproject wordt een methode ontwikkeld om de meest duurzame strategie te vinden voor water management in deltagebieden met laaglandrivieren, gegeven onzekerheid over de toekomst. Dit wordt gedaan door adaptatiepaden te verkennen aan de hand van transient scenario’s en een integraal metamodel (Integrated Assessment Meta Model). Het projectteam bestaat uit Universiteit Utrecht, Deltares, Universiteit Maastricht-ICIS, Carthago Consultancy, KNMI, Pantopicon, en Universiteit Twente.

Deltaprogramma
De adaptatiepadenmethode wordt op dit moment ingezet bij adaptief deltamanagement van het Deltaprogramma.
Naar boven
KENNISLEEMTES
Inzicht in systeemwerking. Om inzicht te krijgen in systeemrobuustheid, is het essentieel om de samenhang in het systeem te begrijpen, dus hoe het ene deel reageert op het andere deel. Denk bijvoorbeeld aan het effect van een dijkdoorbraak op de benedenstroomse waterstand. Er wordt nu meestal gedacht vanuit deelsystemen (dijkringdelen, dijkringen). Ook bij droogte kan de wisselwerking tussen systeemcomponenten gebruikt kunnen worden om robuustheid te vergroten.

Robuustheid van kustgebieden en overgangsgebieden. Tot nu toe is alleen gekeken naar robuustheid van riviergebieden, waar hoge afvoeren de belangrijkste verstoring is. Voor overgangsgebieden wordt speelt ook de zee een rol en gaat het om robuustheid voor hoge waterstanden door combinatiegebeurtenissen (storm op zee in combinatie met hoge afvoer). Bij kustgebieden gaat het om de robuustheid voor stormopzet. Hoe dit uitpakt in een robuustheidanalyse moet nog onderzocht worden.

Ruimtelijke ordening in relatie tot gevolgenbeperking en herstelcapaciteit. Zowel bij droogte als bij overstromingen kan ruimtelijke ordening een rol spelen bij het reduceren van de gevolgen. Denk bij overstromingen bijvoorbeeld aan locatiekeuze voor en het slim ontwerpen van kritieke infrastructuur. Bij droogte kun je denken aan gewaskeuze en ruimtelijke spreiding van gewastypes. Welke maatregelen zijn mogelijk en wat voor effect heeft dit op de robuustheid?
Naar boven
LITERATUUR EN LINKS
- De Bruijn, K.M. (2005) Resilience and flood risk management: a systems approach applied to lowland rivers. PhD thesis. TU Delft.
- Haasnoot M., H. Middelkoop, A. Offermans, E. van Beek, W.P.A. van Deursen (2012). Exploring pathways for sustainable water management in river deltas in a changing environment. Climatic Change. http://dx.doi.org/10.1007/s10584-012-0444-2
- Kwadijk, J., Klijn, F. & Van Drunen, M. (2006). Klimaatbestendigheid van Nederland: nulmeting. Routeplanner deelproject 1. WL | Delft Hydraulics rapport Q4183
- Kwadijk, J.C.J., M. Haasnoot, J.P.M. Mulder, M. Hoogvliet, A. Jeuken, R. van der Krogt, N.G.C. van Oostrom, H.A. Schelfhout, E.H. van Velzen, H. van Waveren, M.J.M. de Wit. (2010). Using adaptation tipping points to prepare for climate change and sea level rise: a case study in the Netherlands. Interdisciplinary reviews: Climate Change, DOI: 10.1002/wcc.64
- Lempert, Popper, Bankes (2003) Shaping the next one hundred years. RAND
- Mens, M. (2012). Analyse van systeemrobuustheid; een toepassing op de IJssel, rapportage KvK Thema 1
- Mens, M. J. P., Klijn, F., de Bruijn, K. M., & van Beek, E. (2011). The meaning of system robustness for flood risk management. Environmental Science & Policy, 14(8), 1121-1131. (op te vragen bij universiteitsbibliotheek of marjolein.mens@deltares.nl)
- Mens, M. J. P., Kwakkel, J. H., Jong, A. d., Wardekker, J. A., Thissen, W. A. H., & Sluijs, J. P. v. d. (2012). Begrippen rondom onzekerheid. Kennis voor Klimaat Thema 2.
- Nationaal Waterplan (2009) Nationaal Waterplan 2009-2015.
- Raad voor Verkeer en Waterstaat (2009) Witte zwanen, zwarte zwanen. Advies over proactieve adaptatie aan klimaatverandering. Juni, 2009.
- Van de Ven, F., E. Luyendijk, M. de Gunst, E. Tromp, M. Schilt, B. Gersonius, C. Vlaming, L. Valkenburg, R. Peeters (2009). Waterrobuust bouwen: de kracht van kwetsbaarheid in een duurzaam ontwerp. Beter Bouwen Beter Wonen/ CUR Bouw & Infra.

Deze Deltafact is opgesteld door Deltares, oktober 2012.
Auteurs: Marjolein Mens en Marjolijn Haasnoot

Deze Deltafact is tot stand gekomen door een bijdrage van Kennis voor Klimaat. We danken Birgitta van der Wateren (Hoogheemraadschap van Rijnland) en Pieter Bloemen (Deltacommissariaat) voor hun waardevolle opmerkingen bij eerdere versies van deze Deltafact.
Naar boven
DISCLAIMER
De in deze publicatie gepresenteerde kennis en diagnosemethoden zijn gebaseerd op de meest recente inzichten in het vakgebied. Desalniettemin moeten bij toepassing ervan de resultaten te allen tijde kritisch worden beschouwd. De auteur(s) en STOWA kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die ontstaat door toepassing van het gedachtegoed uit deze publicatie.
Naar boven
PLAATS UW REACTIE
Uw reactie stellen wij bijzonder op prijs. STOWA zal de reacties meenemen in de updates van de Deltafacts, die regelmatig worden uitgevoerd.
Uw naam en
organisatie
E-mailadres
Reactie