Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!
Zoetwatervoorziening / Fresh water > Stedelijk waterbeheer > Klimaatverandering / grondwaterbeh. sted. gebied
Idee / verkenning
>
Klimaatverandering / grondwaterbeh. sted. gebied
INHOUD
INLEIDING
Stedelijk grondwater heeft voornamelijk de aandacht in natte tijden, wanneer kruipruimtes blank staan en optrekkend vocht tot schades leidt. Maar steden lijden ook schade door lage grondwaterstanden. Bijvoorbeeld door verschilzettingen, rot van houten funderingen, scheuren van wegen en ondergrondse infrastructuur en door toename van wateroverlast- en overstromingsrisico’s als gevolg van bodemdaling. Grondwaterpeilbeheer, om te hoge en te lage grondwaterstanden te voorkomen, is daarom belangrijk.
 
De schadeprocessen die door lage grondwaterstanden worden aangejaagd verlopen echter traag en worden meestal pas onderkend als het kwaad is geschied. Dit, samen met het simpele feit dat grondwater niet zichtbaar is, heeft ertoe geleid dat het grondwaterdossier in de stad niet altijd de aandacht krijgt die het verdient. Klimaateffectonderzoek toont dat er grote kans is op een dynamischer grondwaterregime: grondwaterstanden komen als gevolg van meer neerslag en langere droogteperiodes respectievelijk hoger en lager te staan dan nu het geval is. De processen die nu al tot schades leiden dreigen daardoor prominenter te worden.
 

In het kader van het Deltaprogramma en klimaatprogramma’s is in de afgelopen 3 jaar veel informatie verzameld, gegenereerd en gebundeld over de mogelijke effecten van klimaatverandering op het grondwater in stedelijk gebied. Deze Deltafact geeft hiervan een overzicht.

Naar boven
GERELATEERDE ONDERWERPEN EN DELTAFACTS

Trefwoorden:
Grondwater, grondwaterbeheer, stedelijk watersysteem, stedelijk waterbeheer, grondwateronderlast, grondwateroverlast

Deltafacts:
Dynamisch peilbeheer, Effecten klimaatverandering op landbouw, Effecten klimaatverandering op terreristische natuur.

Klimaatverandering
In de vier klimaatscenario’s van het KNMI uit 2006 is de verwachting dat gemiddeld hogere grondwaterstanden zullen optreden in de winter en het voorjaar en gemiddeld lagere grondwaterstanden in de zomer en het najaar (KNMI, 2006;Klein Tank & Lenderink, 2009). De seizoensfluctuaties worden geprononceerder. Verder kunnen door een toename van het neerslagtekort in het W+ scenario vaker lage grondwaterstanden voorkomen. Als de lage grondwaterstanden in de zomer niet meer voldoende gecompenseerd kunnen worden in de winter, is het zelfs mogelijk dat in het W+-scenario op bepaalde locaties de gemiddelde grondwaterstanden zowel in de zomer als in winter lager zullen zijn dan momenteel het geval is (Stuurman et al, 2007: pg 60Klein Tank & Lenderink, 2009DHZ, 2012). In 2015 heeft het KNMI nieuwe klimaatscenario’s uitgebracht, die zgn. KNMI’14 scenario’s (KNMI, 2015). De effecten op het grondwaterregime zijn in de nieuwe scenario’s naar verwachting vergelijkbaar met die in de KNMI’06 scenario’s. Voornaamst verschil voor het onderwerp grondwater is dat in de recente scenario’s de opwarming in de zomer veelal minder groot is dan in de KNMI’06 scenario’s: +2,3 °C in plaats van +2,8 °C. Dit zou zich kunnen vertalen in een wat geringere grondwaterstandsdaling. Er is hiervoor echter nog geen landelijke modellering uitgevoerd.

Naar boven
STRATEGIE

(1 Preventie, 2 Ruimtelijke ordening, 3 Crisisbeheersing)

Verandering in het grondwaterregime als gevolg van klimaatverandering leidt niet tot veiligheidsproblemen, het leidt voornamelijk tot overlast en schade.

Naar boven
TECHNISCHE KENMERKEN STEDELIJK WATERSYSTEEM

Typen watersystemen op landelijk niveau
De watervraag van het stedelijk gebied wordt voornamelijk bepaald door het oppervlaktewaterpeilbeheer dat wordt gevoerd om te voorkomen dat gebouwen, wegen, dijken, rioleringen en overige bouwwerken verzakken. Op de tweede plaats is water nodig om de kwaliteit van het stedelijk oppervlaktewater te borgen, door aanvulling of doorspoelen.

Wat de exacte watervraag is en via welke routes water wordt aangevoerd, verschilt per stad. Elke stad heeft een watersysteem met specifieke kenmerken, behoeften en complicaties. Op hoofdlijnen wordt onderscheid gemaakt tussen steden in Laag Nederland (op klei en veen) en steden in Hoog Nederland (op de zandgronden). Met dit onderscheid hangen de belangrijkste verschillen samen. In de eerste categorie steden wordt het oppervlaktewaterpeil beheerst en vindt doorspoeling plaats. In de tweede categorie wordt het peil meestal niet gebiedsdekkend beheerst en kan het oppervlaktewater  meestal niet worden doorgespoeld vanwege het ontbreken van een aaneengesloten netwerk van watergangen (Hoogvliet et al, 2012).

Gevolgen van overvloedige neerslag en hoge grondwaterstanden
De KNMI klimaatscenario’s laten een hogere frequentie van extreme regenbuien zien, dit kan in een stad een aantal problemen tot gevolg hebben.

Regen die op daken, gesloten en open verharding valt, zal voor een deel op dat oppervlak achterblijven en verdampen. Bij open verharding zal een deel van de neerslag infiltreren. Bij hoge neerslagintensiteiten komt neerslag tot afstroming en wordt het afgevoerd via de riolering. In een gemengd stelsel wordt dit water afgevoerd naar de afvalwaterzuivering, samen met het huishoudelijke afvalwater. Als het rioolsysteem de grote toevoer van regenwater niet meer kan verwerken, vindt overstort plaats op het stedelijk oppervlaktewater. Mogelijk met acute waterkwaliteitsproblemen als gevolg.
 
Bij extreme neerslag kan meestal niet worden voorkomen dat water op straat komt te staan. Dit leidt tot verkeershinder, maar kan ook zorgen voor schade aan gebouwen, vitale netwerken en goederen. Ook wordt de volksgezondheid bedreigd doordat het water meegespoelde schadelijke stoffen kan bevatten.
 
Regen op onverhard oppervlak percoleert naar het grondwater, waardoor het grondwater stijgt. Hoge grondwaterstanden kunnen leiden tot overlast in de vorm van water in kruipruimtes, schimmel in gebouwen en gezondheidsproblemen bij de bewoners. Een hoge grondwaterstand onder wegen zorgt ervoor dat de fundering instabiel wordt. In panden met kelders kan schade ontstaan in de vorm van scheurvorming en lekkage. Ook vegetatie kan hinder ondervinden van hoge grondwaterstanden door zuurstofgebrek in de wortelzone waardoor deze afsterven. Het risico dat bomen omwaaien neemt hierdoor toe. Figuur 1 geeft aan in welke delen van Nederland grondwateroverlast kan optreden.
 

Gebieden met kans op grondwateroverlast regionaal schaalniveau
Fig. 1: Gebieden met kans op grondwateroverlast, regionaal schaalniveau

Gevolgen tekort aan water en lage grondwaterstanden
In sommige KNMI klimaatscenario’s neemt het zomers neerslagtekort toe. In dat geval zal de grondwaterstand in de zomerperiode lager komen te liggen dan nu het geval is. Als hierdoor schade ontstaat, spreken we van ‘grondwateronderlast’. Bekende, lokale oorzaken van grondwateronderlast zijn lekke riolen, die daardoor een drainerende uitwerking hebben, en de onttrekking van water door boomwortels.

Daling van het grondwaterniveau tot onder het niveau van de drainage zorgt ervoor dat drainagebuizen droog komen te staan en verstopping wordt versneld. Door een afname van de hoeveelheid bodemvocht neemt de verkoelende werking van verdamping af. Hierdoor neemt de kans op hittestress toe (RIVM, 2011). Grondwateronderlast kan leiden tot rot van houten funderingen, bodemdaling en verschilzettingen, wat vervolgens weer leidt tot schades aan funderingen en infrastructuur.

Typen schades door klimaatverandering in het stedelijk gebied
Onderstaande figuur geeft weer welke schademechanismen worden beïnvloed door fluctuaties in het grond- en oppervlaktewaterpeil. De pijlen geven aan hoe water zich door het systeem beweegt. De figuur is van toepassing op steden in Laag Nederland. 

Watersysteem op straatniveau in laag Nederland

Figuur 2: Watersysteem op straatniveau in laag Nederland

De volgende typen schades kunnen door de effecten van klimaatverandering in het stedelijk gebied worden verwacht:

Overlast door langere en intensievere neerslag

  • Water op straat
  • Mogelijk gevaar volksgezondheid door meegespoelde gevaarlijke stoffen.
  • Afname waterkwaliteit.
  • Inpandige wateroverlast (woningen, kelders, kruipruimten).
  • Netwerkstoringen

Onderlast door toename van neerslagtekort en beperking van de watervoorziening

  • Droogteschade groen
  • Bodemdaling en schade aan panden, infrastructuur, kabels en leidingen
  • t.g.v. verschilzetting
  • Rot van houten paalfunderingen
  • Hittestress
  • Afname waterkwaliteit
In Hoog Nederland liggen de problemen anders dan in Laag Nederland. Een belangrijk verschil is de gevoeligheid voor schade door watertekorten. In Hoog Nederland komt funderingsschade bijna niet voor, doordat daar nauwelijks op houten palen is gebouwd en de bodem meestal niet vatbaar is voor zetting. De overige typen effecten van klimaatverandering komen in zowel Hoog  als Laag Nederland voor.
 
Of daadwerkelijk schade optreedt, hangt niet alleen af van de blootstelling aan hogere of lagere grondwaterstanden, maar vooral van de gevoeligheid of kwetsbaarheid van groenvoorzieningen, panden, infrastructuur e.d. Voor panden is de bouwperiode en locatie een eerste aangrijpingspunt voor het schatten van de kwetsbaarheid, omdat in specifieke perioden, op specifieke plaatsen (afhankelijk van draagkracht van de bodem) typerende bouwwijzen en funderingstechnieken zijn gebruikt.
Naar boven
KANSRIJKE MAATREGELEN

Er zijn velerlei maatregelen die schades ten gevolge van wateroverschotten of watertekorten voorkomen of verminderen (Beter bouw- en woonrijp maken/SBR, 2009; PBL, 2011). Niet elke maatregel is echter even goed inzetbaar. Maatregelen die vaak worden genoemd door stakeholders zijn bijvoorbeeld (Hoogvliet et al, 2012, pg 87):

  • Seizoensberging en waterbuffers aanleggen, op particulier en openbaar terrein.
  • Minder verharding en/of waterdoorlatende verharding.
  • Kruipruimteloos bouwen
  • Aanpassen funderingen.
  • Kleinschalige berging en infiltratie (bijv. kratten en t.b.v. bomen).
  • Profilering maaiveld voor tijdelijke berging wateroverschot.
  • Grondwaterpeilgestuurde drainage en infiltratie, in combinatie met dynamisch peilbeheer (gedacht kan worden aan een door grondwater, of andere bronnen, gestuurd oppervlaktewaterpeil, in plaats van een door oppervlaktewaterbeheer gestuurd grondwaterpeil). De kosteneffectiviteit van deze maatregel is nog onduidelijk.

Daarnaast kan bij funderingsschade gedacht worden aan verzekeringstechnische maatregelen, zoals een waarborgfonds. Een dergelijk fonds kan het funderingsherstel voorschieten, waarna bij verkoop van het huis het funderingsherstel wordt terug betaald. 

Hittestress kan verminderd worden door anders te gaan bouwen in het stedelijk gebied. Een toename van groen, zoals groene daken, groene gevels en het realiseren van bomenstructuur langs hoofdroutes en het vergroenen van langzaam verkeer routes vermindert de hitteoverlast in perioden van extreme hitte (RIVM, 2011). In Hoog Nederland gaan er stemmen op om oppervlaktewater te vervangen door groen, omdat dit minder stankoverlast tot gevolg heeft en groen met name ’s nachts verkoelender werkt dan open water. Andere concrete maatregelen zijn het natmaken van verharding, het tijdelijk beschaduwen van straten en ten slotte het aanpassen van het gedrag (b.v. ramen overdag dicht, aanpassen van medicatie, het dragen van luchtige kleding) (Gemeentewerken Rotterdam et al, 2011; Pötz & Bleuzé, 2012). Centraal bij kansrijke maatregelen staat de verbetering van de samenhang tussen gebruiksfuncties, ondergrond, het oppervlaktewater en de inrichting van stedelijke ruimte. Bijvoorbeeld, problemen met wateronderlast kunnen niet volledig worden opgelost door water aan te voeren, daarom moet ook ingezet worden op efficiënter gebruik van water, vermindering van de kwetsbaarheid voor tekorten en aanwenden/creëren van alternatieve, interne waterbronnen binnen de stad (‘2e laags watervoorziening’). Daarnaast kan schade worden beperkt door zachte maatregelen als metingen, alarmering en aangepast gedrag.

In het kader van het Deltaprogramma zijn velerlei maatregelen geïnventariseerd en zijn websites in ontwikkeling waar informatie over maatregelen kan worden gevonden.

Naar boven
KOSTEN EN BATEN

De toenemende kosten van het grondwaterbeheer in het stedelijk gebied ten gevolge van klimaatverandering worden steeds beter in beeld gebracht. De baten van maatregelen worden momenteel nog voornamelijk uitgedrukt als vermeden schade.Kostenposten die door klimaatverandering kunnen groeien zijn in ieder geval:

  • Funderingsschade aan bouwwerken door grondwateronderlast.
  • Verlies van arbeidsproductiviteit door hitte.

Daarnaast wordt door experts gewezen op substantiële negatieve effecten door (Hoogvliet et al, 2012):

  • Toename van optreden (grond)wateroverlast.
  • Ziekenhuisopnamen en sterfte a.g.v. hitte.
  • Verdroging van groen.
  • Schade aan terreinen en infrastructuur door maaivelddaling en verschilzetting.

Voor de twee laatstgenoemde posten zijn nog onvoldoende kwantitatieve gegevens beschikbaar om de kostentoename ten gevolge van klimaatverandering te ramen. Van de andere twee kostenposten worden voorzichtige ramingen gegeven.

  • Minimaal 100.000 woningen ondervonden in het jaar 2000 in Nederland significante grondwateronderlast. Wanneer wordt uitgegaan van een gemiddeld schadeherstelbedrag voor funderingen van 54.000 Euro, vertaalt zich dat in een kostenpost van circa 5 miljard Euro voor schadeherstel. Omdat deze post betrekking heeft op een schadeproces dat zich nu voordoet, is het aannemelijk dat in de toekomst het schadebedrag gaat toenemen, mede onder invloed van klimaatveranderingen (Hoogvliet et al, 2012, p. 43 ).
  • De financiële gevolgen van een toename in hittestress verschillen per klimaatscenario, in de maanden juli en augustus in 2050 varieert dit tussen de -3,7 miljoen en 22,7 miljoen aan extra ziekenhuisopnames en de kosten van sterfte. De schade door arbeidsproductiviteitsverlies varieert van 0 euro bij het G scenario tot 391 miljoen per jaar bij het W+ scenario (Hoogvliet et al, 2012).

Als bij inrichting en herinrichting van het stedelijk gebied in de komende decennia consequent rekening wordt gehouden met de eisen die het fysieke systeem en klimaatverandering stellen, kan klimaatadaptatie worden ingepast tegen zo gering mogelijk kosten, het zgn. ‘meekoppelen’. Een groot aantal van de mogelijke maatregelen is zelfs vrijwel kosteloos, mits geïmplementeerd tijdens zo’n meekoppelmoment (PBL, 2011).  Bijvoorbeeld bij groot onderhoud aan de riolen kunnen tegelijkertijd drainage/infiltratie maatregelen om wateroverschotten of tekorten te verminderen worden gerealiseerd. De mogelijkheden en financiële haalbaarheid tot het meekoppelen van de effecten van klimaatverandering verschillen sterk tussen groei- en krimpgebieden en tussen de klimaatscenario’s.

Naar boven
GOVERNANCE

In de laatste jaren is in het milieurecht veel veranderd onder andere door de invoering van de wet gemeentelijke watertaken en de Waterwet. Dit gaf soms onduidelijkheden wat betreft de verantwoordelijkheden van de verschillende overheden. Binnen het stedelijk grondwaterbeheer hebben de gemeente, waterschap en huiseigenaar verschillende taken.

De gemeente heeft de grondwaterzorgplicht, dit houdt in dat de gemeente in het openbaar gemeentelijk gebied (dus niet op het terrein van de perceeleigenaar) maatregelen moet treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de bestemming van de grond zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken (Sterk consulting & Colibri advies, 2012: pg 18). Ook heeft de gemeente een aanname plicht voor overtollig grondwater.

Het waterschap is de waterbeheerder voor regionale wateren en maakt bijvoorbeeld peilbesluiten. De taken zijn onder andere de inzet van de watervergunning of algemene regels, het uitvoeren van het oppervlaktewaterpeilbeheer of het zelf uitvoeren van projecten waarbij wijzigingen worden aangebracht in de loop of omvang van grondwaterlichamen (Sterk consulting & Colibri advies, 2012: pg 12). Zo heeft het werk van het waterschap invloed op het grondwaterregime in de stad.

Een huiseigenaar is zelf verantwoordelijk voor de staat van de woning en het perceel. Eventuele schade komt voor eigen rekening. Uit jurisprudentie is gebleken dat de eigenaar zelf verantwoordelijk is voor de wering van grondwater op zijn eigen grond, in, onder en om zijn woning. Hetzelfde geldt voor wateronderlast problemen. Daarnaast mag een huiseigenaar geen hinder toebrengen door wijziging van de loop, hoeveelheid of kwaliteit van het over zijn erf stromende (grond)water (Sterk consulting & Colibri advies, 2012: pg 18-19).

In de praktijk maakt een gemeente het stedelijk grondwaterbeleid en het waterschap voert het uit. Coördinatie tussen beleid en uitvoering is belangrijk voor een optimaal grondwaterbeheer. Door betere samenwerking kan er beter worden gemonitord en kunnen vroegtijdig maatregelen worden genomen om schade te beperken en de effecten van klimaatverandering te verminderen of te voorkomen.

Verantwoordelijkheidsvraag

Binnen het stedelijk grondwaterbeheer zijn er vaak problemen wat betreft verantwoordelijkheid. Als een gemeente ingrijpt in de grondwaterstand is het ook verantwoordelijk voor de gevolgen. Door verschillen in bijvoorbeeld de funderingen van bouwkundige eenheden, is het lastig of zelfs onmogelijk om voor elk bouwwerk de gewenste grondwaterstand te creëren en handhaven. In dergelijke gevallen zal een gemeente minder snel overgaan op maatregelen, om mogelijke juridische problemen te voorkomen.

De invoering van de grondwaterzorgplicht leidt inmiddels tot een toename van de monitoringsinspanningen en een vergroting van de hoeveelheid drainage. Gemeentes zullen zich waarschijnlijk meer gaan inspannen voor een goede grondwaterzorg, maar zullen rekening blijven houden met mogelijke technische problemen en juridische risico’s.

Veel huiseigenaren zijn zich niet bewust van hun verantwoordelijkheid voor de grondwaterhuishouding op hun eigen grond. Ook ontbreekt vaak een ‘bijsluiter’ bij woningen met informatie over fundering, drainage en het gewenste onderhoud. Vaak maken particulieren nu aanzienlijke kosten bijvoorbeeld voor het herstellen van funderingsschade, maar in de praktijk kunnen ze weinig invloed uitoefenen op het voorkomen van schades. Gerichte voorlichting over kwetsbaarheid van panden en blootstelling aan grondwateroverlast en onderlast maakt het hen mogelijk om deze verantwoordelijkheid te nemen, en bijvoorbeeld voorzorgsmaatregelen te nemen in tijden van droogte of de drainage een onderhoudsbeurt te geven voor de winter (Sterk consulting & Colibri advies, 2012).

Vasthouden, bergen, afvoeren

In 2000 heeft de commissie waterbeheer in de 21e eeuw een rapport uitgebracht dat een belangrijke stap betekende in de ontwikkeling van het waterbeheer naar een meer ruimtelijk georiënteerd beleid. De kern van de boodschap is dat we moeten proberen het water niet meteen in volle omvang te lozen op de grotere watergangen. De afvoerpieken zouden beperkt moeten blijven om zo de grotere watersystemen niet verder te belasten dan absoluut noodzakelijk en water beschikbaar te hebben voor droge perioden.

In het stedelijk gebied wordt daarom gezocht naar mogelijkheden voor het afkoppelen van regenwaterafvoer naar het riool en infiltratie van regenwater. Het bouwrijp maken van nieuwbouwlocaties zal, om in lijn met het beleid te werken, dan regenwaterinfiltratie moeten combineren met meer drainage en wellicht zelfs meer ophogen van het bouwterrein (Stuurman et al, 2007: Pg 42). Een andere mogelijkheid om de infiltratiecapaciteit te vergroten is het invoeren van een heffing op regenwaterriolering op basis van m2 aangesloten verhard oppervlak per woning (zoals in Duitsland). Motivaties voor huiseigenaren kunnen ook worden gevonden in het verfraaien van tuin en gebouw, en het verhogen van de vastgoedwaarde. Een website als www.rainproof.nl biedt daarvoor handvaten

Naar boven
PRAKTIJKERVARING EN LOPEND ONDERZOEK

Binnen het deltaprogramma wordt in het deelprogramma Ruimtelijke Adaptatie, programmaonderdeel Klimaatbestendige stad onder andere onderzoek gedaan naar grondwaterbeheer en klimaatverandering in stedelijk gebied. Het programmaonderdeel heeft als doel het beperken van de gevolgen van wateroverlast, droogte en hitte door middel van ruimtelijke maatregelen. Praktisch toepasbare uitkomsten van het programma zijn te vinden op www.ruimtelijkeadaptatie.nl. Deze website geeft ook toegang tot (informatie over) state of the art tools, de uitkomsten van Kennis voor Klimaat en de STOWA Hydrotheek. De site biedt bovendien een platform voor de uitwisseling van ervaringen en voorbeelden uit de praktijk.

Een ander platform om waterbeheerders te voorzien van informatie ter onderbouwing van hun water- en klimaatbeleid is HydroCity . Het platform brengt informatie voor het stedelijk waterbeheer bijeen (waaronder neerslag, verdamping, infiltratie etc.) legt verbanden hiertussen en geeft op basis hiervan steeds nauwkeuriger voorspellingen. Dit kan van belang zijn voor een beter begrip van de effecten van klimaatverandering op het stedelijk watersysteem (www.hydrocity.com).

Veel gemeenten en waterschappen hebben nog geen kijk op het stedelijke grondwatersysteem in hun beheersgebied. Nationaal en internationaal is er een tendens om daarin verandering te brengen. Er wordt steeds meer onderzoek gericht op de stedelijke (geo)hydrologie, aangezien steden alsmaar groeien en in toenemende mate een beslag wordt gelegd op de capaciteiten van de waterketen en het water- en bodemsysteem (Hoogvliet et al, 2012). Voor veel gemeenten is de eerste stap het in kaart brengen van het stedelijk grondwatersysteem door het opzetten van een grondwatermeetnet. Dit wordt op dit moment in veel (grotere) gemeentes gedaan, zoals Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Roosendaal en Haarlem. Aan de kant van kennisontwikkeling wordt gewerkt aan het gebruik van deze data in modellen, het ontwikkelen van allerlei maatregelen en het voorspellen van de effecten van deze maatregelen. Een voorbeeld daarvan is praktijkgericht onderzoek naar de technische (on)mogelijkheden van grootschalig actief grondwaterbeheer in stedelijk gebied.

Naar boven
KENNISLEEMTES

Het was tot voor kort onbekend wat voor invloed klimaatverandering heeft op het stedelijke grondwaterbeheer. Onderzoek heeft deze kennisleemte verkleind, maar de onzekerheid in de antwoorden is nog aanzienlijk. Daarom zijn er nog veel kennisleemtes in te vullen.

Wat wordt precies verstaan onder onderlast?

De definitie van wateroverlast is verankerd in de literatuur, maar dit is niet het geval voor wateronderlast. Sommigen zijn van mening dat wateronderlast al begint wanneer een fundering één dag droog staat, terwijl anderen wateronderlast definiëren als ondervonden financiële schade door wateronderlast.

Waterbalans van de stad is een voornaame onbekende

De omvang van de factoren in de waterbalans van het stedelijk gebied is een belangrijk kennishiaat. Er is  weinig nauwkeurige informatie over de hoeveelheid water die via oppervlaktewater wordt aangevoerd en welk deel van de neerslag ten goede komt aan het aanvullen van het bodem-, grond- en oppervlaktewater. Een oorzaak hiervan is de grote heterogeniteit van het fysieke systeem in steden en een gebrek aan metingen. Dit maakt het meten, begrijpen en modelleren van het stedelijk watersysteem een lastige, maar wel uitvoerbare opgave.

Grondwaterbalans op particulier terrein is grote onbekende.

Door de juridisch vastgelegde verantwoordelijkheden is de gemeente niet verantwoordelijk voor particulier terrein. Dit zorgt er ook voor dat voor deze terreinen geen meetgegevens bekend zijn. In het stedelijk gebied is dit een groot areaal.

Kwantitatieve effectiviteit van maatregelen

In de slipstream van klimaatadaptatie, het verbeteren van de leefbaarheid en vooral het herzien van de stedelijke watercyclus, zijn groen-blauwe maatregelen als effectieve oplossing naar voren gekomen. Inmiddels zijn er velerlei maatregelen ontworpen en wordt er praktijkervaring mee opgedaan. Het is evenwel noodzakelijk om het presteren van dergelijke maatregelen in ‘living labs’ te meten, monitoren en evalueren. Er is namelijk een groeiende behoefte aan kwantitatieve informatie om degelijke afwegingen te maken tussen grijze en groen-blauwe maatregelen.

(Kosten)effectiviteit van maatregelen onduidelijk

Er is nog geen integraal inzicht in de (kosten)effectiviteit van veel van de mogelijke maatregelen. Het samenbrengen van de ervaringen met preventieve maatregelen zal dit inzicht kunnen verschaffen en is daarom beslist een zinvolle vorm van kennisuitwisseling.

Wat is regulier beheer en onderhoud, en wat is schade?

Voor veel schades aan de openbare ruimte en infrastructuur geldt dat deze nu zijn verdisconteerd in jaarlijkse beheer- en onderhoudskosten en daardoor niet expliciet zichtbaar zijn op de jaarrekening. In feite worden deze kosten dan niet als schades aangemerkt, aangezien zij regelmatig worden gemaakt en men daarom gewend is geraakt aan de uitgaven (Hoogvliet et al, 2012).

Weinig innovatie door bedrijfsleven

Er is weinig innovatie door het bedrijfsleven op het gebied van het verbeteren van technieken en methoden voor aanleg en onderhoud van infrastructuur, bebouwing en drainage. Geld voor onderzoek en kennisontwikkeling is op dit vlak beperkt, waardoor ook innovatie en competitie ontbreekt.

Weinig informatie over kwetsbaarheden en schades 

De eerste schaderamingen als gevolg van grondwateroverlast of onderlast zijn gebaseerd op schadekentallen en globale kenmerken van bijvoorbeeld panden uit een bepaalde bouwperiode in een bepaald gebiedstype. Voor geen enkel als relevant aangemerkt schademechanisme blijken ‘kant en klare’ schaderamingen op een landelijk schaalniveau te bestaan. Ramingen moeten momenteel worden gebaseerd op extrapolaties en combinaties van kentallen, en zijn daarom onnauwkeurig en globaal (Hoogvliet et al, 2012).

Relatie grondwaterregime-bodemdaling onvoldoende inzichtelijk

Het verband tussen het grondwaterregime en bodemdaling is op korte en lange termijn onvoldoende inzichtelijk. Voor enkele hotspots, zoals de gemeente Gouda, worden momenteel wel goede stappen gemaakt richting met grondwaterbeheer samenhangende strategieën om bodemdaling te beheersen.

Naar boven
LITERATUUR/ LINKS Klik hier om te openen
ERVARINGEN

Bij het klimaatproof maken van de Amsterdamse Rivierenbuurt stuitte Waternet op een zeer gedifferentieerd grondwatersysteem. Binnen en net buiten de wijk zijn grote verschillen in stijghoogtes waargenomen, die zorgen dat het water over het algemeen naar het zuiden stroomt (zie figuur 5). Binnen de wijk zijn echter meer micro grondwatersystemen o.a. doordat lekke riolen drainerend werken. Daarnaast zijn de funderingshoogtes binnen de wijk verschillend. Om een analyse van risicovolle gebieden in de wijk te maken is een gedetailleerde waterbalans nodig. Dit wordt door de gedifferentieerdheid bemoeilijkt. Door dit soort situaties is het lastig om nu al maatregelen te nemen voor het klimaatbestendig maken van een wijk.

Pas als door middel van meer meetgegevens (evt. inclusief meetgegevens op particulier terrein) een betere waterbalans kan worden opgesteld en een model op een kleiner schaalniveau opereert kan echt maatwerk worden verricht. In het plan gemeentelijk watertaken van Amsterdam worden de plannen voor de aankomende jaren zichtbaar gemaakt onder andere op het gebied van grondwater. Amsterdam wil een gebiedsdekkend en actueel inzicht creëren in de grondwatersituatie en in de opbouw en gebruik van de ondergrond. Ook wordt er onderzoek gedaan naar maatregelen om grondwaterfluctuaties op te vangen als gevolg van klimaatverandering. Hiervoor wordt een inventarisatie van bestaande grondwaterproblemen, analyse van funderingsgegevens en grondwatermonitoring en optimalisatie van het grondwatermeetnet uitgevoerd.

Door samenwerking tussen het waterschap en de gemeente kan er meer informatie worden verzameld en kennis gebundeld, wat uiteindelijk kan zorgen voor een beter begrip van de waterbalans. Waternet is een voorbeeld waar waterschap en gemeente samen opereren, zij zijn als één van de weinige gemeentes ver met het modelleren van risicogebieden binnen de stad. Voor de stad is een ‘quick scan’ berekening uitgevoerd. De eerste detail modeluitkomsten werden verwacht in 2013.

Fig. 3: Watersysteem Amsterdamse Rivierenbuurt (Jacco Kroon, 2011)

Naar boven
PLAATS UW REACTIE
Uw reactie stellen wij bijzonder op prijs. STOWA zal de reacties meenemen in de updates van de Deltafacts, die regelmatig worden uitgevoerd.
Uw naam en
organisatie
E-mailadres
Reactie
 
  • Beprijzen van water voor de landbouw
  • Blauwe diensten
  • Bloemrijke sterke dijken
  • Bodem als buffer
  • Bodemvochtgestuurd beregenen
  • Borging vitale infrastructuur bij overstroming
  • Bouwen in en op waterkeringen
  • Brakke kwel
  • Compartimentering in het boezemsysteem
  • Conseq. snelle daling waterpeil op waterkering
  • Deltadijk
  • Deltascenario’s en Adaptief deltamanagement_veilig
  • Deltascenario’s en Adaptief deltamanagement_zoet
  • Droogte stuurt functies
  • Dynamisch peilbeheer
  • Ecologische effecten koudwaterlozingen
  • Effect van zandsuppleties op de kust en het wad
  • Effecten klimaatverandering op landbouw
  • Effecten klimaatverandering terrestrische natuur
  • Effecten verzilting zoete aquatische ecosystemen
  • Effectiveness of Water Intake
  • Effectiviteit van waterinlaat
  • Gevolgenbeperking compartimentering dijkringen
  • Informatievoorziening bij calamiteiten
  • Innovatieve dijkconcepten in het Waddengebied
  • Kansinschatting falen waterkeringen
  • Klimaatverandering / grondwaterbeh. sted. gebied
  • Meerlaagsveiligheid in de praktijk
  • Natte teelten
  • Nieuwe normering van waterveiligheid
  • Ondergrondse waterberging
  • Onderwaterdrains
  • Regelbare drainage
  • Regenwaterlenzen
  • Remote Sensing voor waterveiligheid
  • Remote Sensing waterkwantiteits-kwaliteitsbeheer
  • Reserveringszone
  • Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR)
  • Robuustheid
  • Sedimentaire systeem van de Waddenzee
  • Sensoren
  • Stabiliteit veenkade m.o. klimaatverandering
  • Verzekeren van overstromingsschade
  • Waterreservoirs op bedrijfsniveau
  • Zoetwatervoorziening
  • Zoutindringing
  • Zouttolerantie van teelten