Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!
Zoetwatervoorziening / Fresh water > Droogte > Bodemvochtgestuurd beregenen
Proof of concept
>
Bodemvochtgestuurd beregenen
INHOUD
INLEIDING

De vraag naar water voor beregening van landbouwgewassen maar ook van grasland, boomkwekerijen, tuinen, parken, sportvelden en golfbanen neemt toe in warme, droge perioden. Dan neemt ook de vraag vanuit andere sectoren toe voor onder meer peilhandhaving, koelwater, frisdranken en zwembaden. Bovendien is dan de aanvoer door de grote rivieren laag waardoor ook meer zoet water nodig is voor bestrijding van verzilting en voor het handhaven van voldoende waterdiepte voor de scheepvaart. Deze waterschaarste doet zich nu al voor tijdens droge zomers en de frequentie ervan zal door klimaatverandering toenemen. De praktijk wijst uit dat er meer water wordt gebruikt voor beregening in de landbouw wanneer de gebruiker geen inzicht heeft in de actuele vochttoestand van de bodem. Bodemvochtgestuurd beregenen is daarom een middel om de vraag naar beregeningswater te verminderen. Doordat de watergift beter is afgestemd op de actuele waterbehoefte van het gewas is er ook minder uit- of afspoeling van bestrijdingsmiddelen en nutriënten naar grond- en oppervlaktewater.

Naar boven
GERELATEERDE ONDERWERPEN EN DELTAFACTS

Onderwerpen: watertekort en zoetwatervoorziening, droogteschade, zoutschade

Deltafacts: beprijzen van water voor de landbouw, bodem als buffer, effectiviteit van waterinlaat, regelbare drainage
 

Naar boven
STRATEGIE: VASTHOUDEN, BERGEN, AANVOEREN
Bodemvochtgestuurd beregenen is een strategie van aanvoeren van water op een optimale manier.

Als strategie voor agrariërs: opbrengstmaximalisatie door het creëren van optimale bodemvochttoestanden voor het gewas en het beperken van de kosten voor beregening

Als strategie voor waterbeheerders: vermindering van de vraag naar water voor beregening, en voorkomen van waterverspilling en achteruitgang van waterkwaliteit door overmatige beregening
Naar boven
SCHEMATISCHE WEERGAVE

Figuur 1: Huis-tuin-en-keuken versie       


Figuur 2: Geavanceerde versie  Bron: DACOM BV
Naar boven
WERKING

Bij de eenvoudige versie (figuur 1) ontvangt de aanvoerschakelaar een signaal van de bodemvochtsensor wanneer het bodemvocht beneden een ingestelde waarde zakt. Daarmee wordt de toevoer naar de sproeier opengezet voor een instelbare tijdsduur.
Bij de geavanceerde versie (figuur 2) wordt het bodemvochtgehalte op een aantal diepten gemeten en worden gegevens over actuele weersomstandigheden doorgestuurd naar een centrale computer. Bij de aansturing van de beregeningsinstallatie kunnen behalve de gemeten bodemvochtgehalten ook andere criteria worden meegewogen.

In de irrigatiepraktijk wordt een groot aantal methoden gebruikt voor het meten of schatten van de vochttoestand in de bodem. De meest betrouwbare, maar een bewerkelijke, methode is door bemonstering met een grondboor op diverse diepten. Het vochtgehalte wordt bepaald uit weging van de monsters vóór en na droging in een oven. Commerciële bedrijven gebruiken vaak tensiometers (figuur 3) waarmee de zuigspanning van de bodem wordt gemeten, waaruit een vochtgehalte wordt afgeleid.

Figuur 3: Bepalen irrigatietijdstip met tensiometers

Toelichting
Bij beregening van gewassen moeten steeds twee vragen worden gesteld: 1. Wanneer moet er beregend worden? 2. Hoeveel water moet worden toegediend? Wanneer men zich deze vragen niet stelt, en dus ‘op gevoel’ beregent, loopt men het risico te laat of te vroeg, teveel of te weinig te beregenen. Met als gevolg een lagere opbrengst dan mogelijk door te droge of te natte omstandigheden en daarmee een suboptimale waterproductiviteit. De praktijk wijst uit dat zonder informatie over de werkelijke beregeningsbehoefte er doorgaans te vaak en teveel water wordt gegeven. Dit leidt tot waterverspilling, zakkende grond- of oppervlaktewaterpeilen  en uitspoeling van nutriënten en bestrijdingsmiddelen naar grondwater en oppervlaktewater.

Bij bodemvochtgestuurd beregenen worden het tijdstip en de grootte van de beregeningsgift bepaald aan de hand van de actuele vochttoestand van de bodem. Het bodemvochtgehalte is bij deze methode het doorslaggevende criterium. Deze werkwijze onderscheidt  zich van twee andere in de irrigatiepraktijk vaak toegepaste methoden:

  1. Vochtboekhouding. Hierbij wordt de actuele bodemvochtvoorraad niet direct gemeten, maar bepaald uit meting of schatting van minimaal de neerslag en de actuele gewasverdamping. In werkelijkheid is de actuele vochtvoorraad in de bodem afhankelijk van veel meer componenten (Figuur 4). Exacte bepaling van al deze componenten is in de praktijk niet haalbaar. 
  2. Waarneming of meting van de actuele vochttoestand van de plant. Bezwaar van deze methode is dat op het moment dat uitdrogingsverschijnselen waarneembaar worden, het gewas al een tekort ondervindt.

Het bodemvochtgehalte is optimaal voor gewasgroei wanneer het gewas kan beschikken over zowel voldoende water als voldoende zuurstof in de wortelzone. Bij gewasteelt op volle grond in de open lucht varieert het bodemvochtgehalte voortdurend onder invloed van neerslag en verdamping. Na een stevige regenbui is de toplaag van de bodem verzadigd met water. Na een aantal uren, afhankelijk van bodemtype is het overtollige water weggezakt naar diepere bodemlagen of het grondwater. De bodem is dan op ‘veldcapaciteit’: het bevat de maximale hoeveelheid water die de grond tegen de werking van de zwaartekracht in kan vasthouden. Het volumepercentage bodemvocht bij veldcapaciteit is afhankelijk van de bodemstructuur en de bodemsamenstelling. Door verdamping vermindert het vochtgehalte in de bodem. Naarmate de grond verder uitdroogt wordt het moeilijker voor het gewas om bodemvocht aan de wortelzone te onttrekken. Bij het verwelkingspunt is het vochtgehalte van de bodem zo laag dat de meeste gewassen niet meer in staat zijn water uit de bodem op te nemen. Het volumepercentage bodemvocht bij het verwelkingspunt is net als dat bij veldcapaciteit  afhankelijk van bodemstructuur en -samenstelling (figuur 5 en tabel 1).

Figuur 4: Componenten van de waterbalans die bepalend zijn voor de actuele vochttoestand in de bodem
   

Figuur 5: Vochtkarakteristiek voor vier verschillende gronden
Bron: Cultuurtechnisch vademecum 1971

 

Grondsoort Vochtgehalte bij veldcapaciteit in volume % Vochtgehalte bij verwelkingspunt in  volume % Beschikbare hoeveelheid water in volume %
Duinzand  7  5  2
Brabantse zandgrond  23 10  13
Jonge dalgrond  31  17  14
Rivierklei  39  24  15
Zeeklei  33  12  21

Tabel 1: Vochthoudend vermogen voor verschillende gronden
Bron: Dr.ir. S.F. Kuipers. 1968. Bodemkunde. Tjeenk Willink, Zwolle.


Bodemvochtgestuurde beregening houdt in dat het actuele bodemvochtgehalte bepalend is voor zowel het tijdstip als de hoeveelheid van de beregening. Het tijdstip is afhankelijk van de gekozen strategie. Bij voldoende waterbeschikbaarheid kiest men voor maximalisatie van de gewasopbrengst. Er wordt dan beregend zodra het bodemvochtgehalte het niveau heeft bereikt waarbij de actuele verdamping minder wordt dan de potentiële verdamping.  Hierbij wordt zoveel water gegeven als nodig is om de wortelzone weer op veldcapaciteit te brengen. De beregening kan echter worden uitgesteld of verminderd op grond van één of meer van de volgende overwegingen:

 

  • de agrariër verwacht op korte termijn voldoende regen, waardoor hij de kosten van beregening vermijden kan;
  • hij verwacht op korte termijn veel regen. In afwachting daarvan houdt hij de vochtvoorraad in de bodem liever laag zodat een groot deel van de neerslag in de bodem kan infiltreren. Hierdoor worden plasvorming, oppervlakkige afspoeling en eventuele natschade aan het gewas voorkomen;
  • het actuele vochttekort treedt op in een fase van de gewasgroei waarin het gewas er minimale schade van ondervindt (vegetatieve groeiperiode) of er zelfs baat bij heeft (stimuleren wortelgroei, afrijping);
  • er is op dat moment onvoldoende water in de sloten beschikbaar, of van een zodanige kwaliteit dat de te verwachten zoutschade groter is dan de droogteschade.

Bij een geautomatiseerd systeem waarbij de bodemvochtsensor direct de beregeningsinstallatie aanstuurt, spelen bovenstaande overwegingen geen rol: zowel tijdstip als hoeveelheid beregening zijn dan alleen afhankelijk van de instelling van het bodemvochtgehalte waarbij de beregeningsinstallatie wordt geactiveerd. Bij meer geavanceerde systemen kunnen deze overwegingen wel worden meegenomen. Het systeem biedt dan bovendien ondersteuning voor het nemen van een beslissing. Daarbij kunnen ook andere dan watergerelateerde zaken een rol spelen, zoals bijvoorbeeld het voorkomen of bestrijden van plantenziekten. De meest geavanceerde systemen gebruiken naast sensoren voor bodemvocht ook weergegevens, die afkomstig zijn van een meteostation op het bedrijf, een nabije locatie of een weersatelliet (zie b.v. http://www.hydromedah.nl/downloads/SAT_WATER_HYDROMEDAH_nl.pdf). Ook wordt gebruik gemaakt van gewasgroeimodellen, waarmee de effecten van het al of niet beregenen kunnen worden geschat. Deze gewasgroeimodellen kunnen worden aangepast op basis van de resultaten die in voorgaande jaren op hetzelfde bedrijf zijn behaald.

 

Naar boven
KOSTEN EN BATEN
Voor Nederlandse omstandigheden zijn er (nog) onvoldoende gegevens beschikbaar om aan te kunnen geven wat de besparing is van bodemvochtgestuurd beregenen in termen van watergebruik in vergelijking met conventionele beregening. Onder gecontroleerde omstandigheden is het effect van bodemvochtgestuurde watergift op de productie gemakkelijk aan te tonen (zie Figuur 6). Bij het uitvoeren van veldproeven in Nederland hangt het van het neerslagpatroon af of men al dan niet significante verschillen in opbrengsten krijgt door beregening. Het kostenbesparende effect van bodemvochtgestuurde beregening is dan ook vaak duidelijker zichtbaar in de vermindering van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Zoals gemiddeld 28% reductie in besproeiingen tegen Phytophtora in veldproeven in de periode 1994-2001. Meer voorbeelden zijn te vinden op www.dacom.nl. Bij aardappelen is ook de afname op de hoeveelheid rot significant, tot wel 50% (Delleman, 2010).


Figuur 6: Effect op de productie van het bodemvochtregime tijdens de groeiperiode. De potten (van links naar rechts) werden dagelijks bijgevuld tot resp. 100%, 75%, 50% en 25% van het beschikbare bodemvocht (tussen pF 2,0 en pF 4,2). Bron: Snellen, 1975
Naar boven
RANDVOORWAARDEN EN KANSRIJKE LOCATIES

Uit het bovenstaande blijkt dat bodemvochtgestuurde beregening pas kansrijk kan zijn als beregening economisch rendabel is. Voorwaarden daarvoor zijn:

  1.  De verdampingsvraag en het cumulatief neerslagtekort moeten voldoende groot zijn om beregening financieel rendabel te maken. De verwachting is dat door klimaatverandering het neerslagtekort zal toenemen, waardoor in de toekomst vaker aan deze voorwaarde zal worden voldaan.
  2. Behalve door de verdampingsvraag en het neerslagtekort wordt de vraag naar beregening ook bepaald door het vochtbergend vermogen van de grond. Dit blijkt onder andere uit het feit dat het grootste landbouwareaal waar beregend wordt op de hogere zandgronden van Limburg en Brabant ligt, waar circa 60% van de boeren beschikt over een beregeningsinstallatie.
  3. In laag Nederland is het vochtbergend vermogen doorgaans hoger dan op de zandgronden. Ook wordt daar het grootste deel van het cumulatieve neerslagtekort aangevuld door capillaire opstijging (zie figuur 7). Wanneer door klimaatverandering de verdampingsvraag stijgt en de grondwaterspiegel daalt, zal het frequenter voorkomen dat vochtbergend vermogen plus capillaire opstijging niet voldoende zijn om aan de verdampingsvraag te voldoen. Daardoor zal ook de behoefte aan beregening toenemen. Met de samengestelde bodemsensoren is het mogelijk om de invloed van de capillaire opstijging op de actuele vochttoestand in de bodem vast te stellen.



Figuur 7: In homogene bodems kan de grondwaterstand tot onderstaande diepte onder de effectieve wortelzone dalen voordat de bodemvochtlevering stagneert

 
Leemarm, (matig) grof zand 18 cm Matig lichte zavel 110 cm
Kleiig zand, dekzand 90 cm Zware zavel 84 cm
Sterk lemig zand    110 cm  Lichte klei    60 cm
Löss 190 cm Veen/zware klei 22 cm
Zeer lichte zavel 100 cm    

Bron: Huinink, 2011


Als beregening financieel haalbaar is, dan gelden de volgende overwegingen voor kansrijke toepassing van bodemvochtsensoren:

  1. De uniformiteit van de beregening moet voldoende hoog zijn. Een uniformiteit van 100% betekent dat over het gehele beregende oppervlak overal evenveel water is toegediend. Fabrikanten van beregeningsinstallaties geven doorgaans een uniformiteit op van rond 90%. In de praktijk blijkt dit vaak veel lager (tabel 2). Figuur 8 geeft een proefopstelling voor het bepalen van de uniformiteit op een tuinbouwbedrijf. In dit voorbeeld worden vaste sprinklers gebruikt die elkaar overlappen. Het grootste areaal in Nederland wordt echter beregend met rijdende sprinkler ’kanonnen’, waarbij de uniformiteit lager is.
  2. Wanneer een bodemsensor wordt gebruikt om de beregening aan te sturen, gebeurt dit vanuit de verwachting dat de gemeten waarde representatief is voor een groter gebied. Bij een lage uniformiteit wordt niet aan deze voorwaarde voldaan.



Tabel 2: Uniformiteit van beregening. (bron niet meer beschikbaar)



Figuur 8: Uniformiteit van beregening: testopstelling (boven) en resultaat (onder). (Bron niet meer beschikbaar)
 

Naar boven
GOVERNANCE
Beprijzing van water wordt vaak genoemd als maatregel om het effectiever gebruik van water te stimuleren. In geval van beregening is het te verwachten effect hiervan beperkt. De reden is dat de kosten voor beregening maar een klein percentage zijn van de totale productiekosten. De stimulans voor agrariërs om bodemvochtgestuurde beregening toe te passen zit daarom niet zozeer in vermindering van de beregeningskosten, maar in het optimaliseren van de groeiomstandigheden waardoor de productiviteit van andere productiemiddelen toeneemt. Voor de waterbeheerder is vooral het effect op de waterkwaliteit van belang: het verminderen van de uitspoeling van meststoffen en bestrijdingsmiddelen. Dit is een argument voor waterbeheerders om bodemvochtgestuurde beregening te stimuleren.
Naar boven
PRAKTIJKERVARINGEN (NATIONAAL EN INTERNATIONAAL)
In het project WaterSense heeft men ruim 100 sensors geplaatst op een oppervlak van 20.000 hectare, met de bedoeling het effect van het bodemvochtgestuurd beregenen te bepalen op zowel de productie als op de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater. In 2010 waren de aardappelopbrengsten op de beregende percelen slechts 5 tot 7% hoger dan op de niet beregende percelen. Volgens de onderzoekers ‘kun je het beregenen met dergelijke meeropbrengsten niet goed maken. Saldotechnisch heeft het niet gewerkt. Daarvoor zijn de verschillen te klein’ (Reindsen, 2011). Het is evident dat het onder deze omstandigheden moeilijk is om de investering in bodemvochtsensoren (rond 2000 euro per stuk) goed te maken. Er zijn veel minder kostbare sensoren op de markt, die al op ruime schaal in de landbouwpraktijk worden toegepast in Noord-Amerika en Australië, maar bijvoorbeeld ook in Zuid-Europa (zie www.Hidrosoph.com). De aanwezigheid van een ruim aantal commerciële bedrijven die bodemvochtsensoren aanbieden duidt erop dat in deze gebieden bodemvochtgestuurde beregening lonend is. Daarbij moet wel rekening gehouden worden met de koopkrachtige vraag vanuit de recreatiesector (vooral golfterreinen). Voor Nederlandse omstandigheden zijn er (nog) onvoldoende gegevens beschikbaar om aan te kunnen geven wat de besparing is in termen van watergebruik.

In het eindrapport van WaterSense blijft bovenstaande conclusie staan: uit het onderzoek is de meerwaarde van beregening voor de landbouwopbrengst alleen aangetoond voor één van beide aardappelrassen. De meerwaarde was niet zo groot: een betere benutting van de mestgift en een (wat) hogere opbrengst. Daarmee is niet duidelijk of bij de actuele klimatologische omstandigheden in Nederland beregening lonend is. De meerwaarde van beregening hangt van meer factoren af die niet systematisch zijn onderzocht in het project, zoals bodem, gewas/ras, meteorologie en productie-eisen.

Andere conclusies uit het eindrapport:
  • bodemvochtsensoren geven veel inzicht in het gedrag van water in de bodem. Dit inzicht kan gebruikt worden om hydrologische modellen te verbeteren. Uit de sensorgegevens blijkt dat de vochthoeveelheid in de bodem vaak wordt overschat door modellen.
  • het in WaterSense gebouwde demonstratiemodel van een beslissings- ondersteunend systeem (BOS) is operationeel. Het wordt onder andere gevoed met real time data van bodemvochtsensoren. Landbouwers kunnen met de voorspellingen van het BOS maatregelen nemen om de waterhuishouding in de percelen optimaal te houden. Waterbeheerders kunnen het BOS gebruiken bij het dagelijks peilbeheer en voor het doorrekenen van de effecten van maatregelen. Het BOS is bruikbaar voor strategische analyses en voor het beantwoorden van gebruikersvragen rondom grondwater en meteo. Voor meer complexe vraagstukken zijn er verbeteringen nodig.
  • duidelijk is geworden dat een modulair opgebouwd BOS beter geschikt is voor het beantwoorden van vele dagelijkse watervraagstukken dan een integraal BOS. Per gebruikersvraag wordt dan een specifieke applicatie samengesteld, waarbij gebruik wordt gemaakt van verschillende informatiebronnen.
  • de deelnemende landbouwers vonden de informatie van het BOS nuttig voor de bedrijfsvoering. De informatie over vocht in de bodem heeft hen geholpen beslissingen te nemen over beregening, bemesting en gewasbescherming. Echter, voor optimale benutting door landbouwers bevat het BOS te veel informatie. De interpretatie van de informatie kan nog worden verbeterd.
  • een BOS voor waterkwaliteit om de landbouwer te helpen bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en bemesting komt er voorlopig niet. Redenen: het is nog erg moeilijk om het gedrag van gewasbeschermings- middelen en nitraat goed te voorspellen met een model, en er zijn (nog) geen geschikte sensoren die de waterkwaliteit in de bovenste bodemlaag kunnen meten. DACOM is gestart met de ontwikkeling van een prototype van een stikstofsensor die naar verwachting in 2014 op de markt gebracht wordt.
  • WaterSense voldeed aan de kenmerken van de “gouden driehoek” voor innovatie: bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen die samen werken aan innovatie. WaterSense leert dat het belangrijk is om vast te houden aan een gezamenlijk doel, rekening houdend met de commerciële belangen, publieke afwegingen en de ontwikkeling van nieuwe kennis. De deelnemende partijen zullen de vergaarde kennis in toekomstige samenwerking en in eigen kring toepassen.

Naar boven
KENNISLEEMTEN

Voor Nederlandse omstandigheden kan al wel aannemelijk gemaakt worden dat bodemvochtgestuurde beregening leidt tot een verminderd gebruik van gewasbeschermingsproducten. Om het effect op het watergebruik te kunnen kwantificeren zijn nog onvoldoende gegevens voorhanden.

Er is een opvallende discrepantie tussen enerzijds de inspanning die door onderzoekers en bedrijven worden gedaan om de beregeningsbehoefte nauwkeurig te bepalen en anderzijds de (on)nauwkeurigheid bij de waterverstrekking op perceelsniveau. Zie ook de tekst over uniformiteit onder randvoorwaarden.

Gebruik van bodemsensoren om de beregeningsbehoefte te bepalen – evenals de toepassing van mathematische modellen – is gebaseerd op de aannamen dat gronden homogeen zijn en dat de groei van gewassen bepaald wordt door bodemfysische en -chemische factoren. In werkelijkheid is de bodem vaak sterk heterogeen en zijn biologische factoren mede bepalend voor de gewasgroei.

Kennisvragen uit het eindrapport van WaterSense:

 

  • hoe hangt de meerwaarde van beregening af van factoren als bodem, gewas/ras, meteorologie en productie-eisen?
  • het zou goed zijn om te onderzoeken of het mogelijk is een modulair BOS te bouwen. 
  • is het mogelijk om wateroverlast in het groeiseizoen te prognosticeren en tijdig maatregelen te treffen om schade te voorkomen?
  • wat is de meerwaarde van intelligent peilbeheer voor de landbouwopbrengsten?
  • is het verstandiger om uit grond- of uit oppervlaktewater te beregenen?
  • welke zoetwaterstrategieën kunnen het beste gekozen worden?
  • wat is de (economische) meerwaarde van beregenen en wat zijn de factoren die daarbij een rol spelen?
  • wat zijn de effecten van beregening op versneld afsterven/herstelvermogen van een gewas na droogte?
  • wat is het effect van het oogsttijdstip op opbrengsten bij wel/niet beregenen?

 

Naar boven
BESCHIKBARE METHODEN EN TOOLS

Beregeningssignaal
Het internetprogramma ‘Beregeningssignaal’ van ZLTO (zie beneden onder Lopende initiatieven en onderzoeken) is beschikbaar om beregening doelmatig in te zetten. Voor gras en maïs is dit programma sinds 2014 landelijk beschikbaar. Het programma adviseert op economische grondslag of en hoeveel er beregend moet worden. Het advies van beregeningssignaal is per perceel, afhankelijk van gewas en neerslag.

Door het gebruik van Beregeningssignaal beregent u alléén wanneer dat nodig is. Te vroeg beregenen - met alle kosten voor beregeningsinstallatie, brandstof en arbeid vandien - wordt voorkomen, evenals juist te laat beregenen - met opbrengstverlies.

Het programma geeft op elk gewenst moment een beregeningsadvies per ingevoerd perceel. Naast de aanbevolen watergift berekent het programma voor melkveehouders ook het rendement van de beregeningsgift. Aan de hand van eigen invoer en met behulp van onder andere buienradar wordt een vochtbalans per perceel bijgehouden. Beregeningssignaal zet deze informatie om in een advies per perceel. U krijgt als gebruiker een e-mail als beregening wenselijk is. Het advies kunt u op de website verder in detail bekijken.

De gebruiker voert éénmalig de bedrijfsgegevens in en tekent zijn percelen in. Om het systeem up-to-date te houden, moet de gebruiker wel de beregeningsgiften en grondwaterstanden bijhouden. Neerslaggegevens worden automatisch ingelezen van buienradar en kunnen bij afwijkingen overschreven worden. Dit alles zorgt voor een nauwkeurig beregeningsadvies. Daarbij wordt rekening gehouden met de kosten en baten van beregening en - bij melkveehouders - met de actuele ruwvoervoorraad.

Vanaf 2014 is er ook een app voor de smartphone beschikbaar, zodat u overal gegevens kunt invoeren en aflezen. In Noord-Brabant is Beregeningssignaal één van de maatregelen die u kunt opnemen in uw Bedrijfswaterplan.

ZLTO heeft Beregeningssignaal gemaakt in samenwerking met Livestock Research Wageningen UR, Prezent Internet, DLV-Plant, Royal Haskoning en Suikerunie. (bron tekst: ZLTO)

EFFIDRIP
In het project EFFIDRIP (zie beneden onder Lopende initiatieven en onderzoeken) is aangetoond dat de irrigatie goed automatisch aangestuurd en bijgestuurd kan worden. Aan het begin van het groeiseizoen geeft de gebruiker enkele specifieke kenmerken op (gewas, gewasstadia, veldkenmerken, irrigatiesysteem kenmerken), en specifiek de minimale en maximale hoeveelheid water die gebruikt mag worden. Dit kan tijdens het groeiseizoen worden bijgesteld indien gewenst. Het systeem schat vervolgens op basis van eenvoudige klimaatgegevens de evapotranspiratie en leidt hieruit de benodigde hoeveelheid water af die nodig is. Dit wordt vervolgens naar de irrigatiecontroller doorgegeven die verder zorg draagt voor de technische afhandeling. In de berekeningswijze wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de registraties van watergehaltesensoren in de bodem. Hieruit wordt onder meer afgeleid of een irrigatieopdracht is uitgevoerd, of er mogelijk lokale regenval is geweest, en of er sprake is van uitdroging dan wel vernatting van de wortelzone. Deze info wordt gebruikt om de irrigatie voor de komende dag te corrigeren. Validatie in 3 veldexperimenten (Spanje, Portugal, Griekenland) heeft laten zien dat deze methode goed werkt.

Naar boven
LITERATUUR EN LINKS

- Balendonck, J. (2011) Slim omgaan met water en meststoffen door toepassing van sensoren: “More Crop per Drop”?Wageningen : Wageningen UR Glastuinbouw, NVTL Studiedag Schoon en Zuinig, 2011-03-01
- Delleman, J. 2010. Watervoorraad in de bodem stuurt beregeningsinstallatie aan. Aardappelwereld magazine. Mei 2010 no.5
- Didde, R. 2010. Precisielandbouw gaat efficient om met water: Irrigatie-infuus. De Ingenieur no. 18. 12 November 2010
- Hadders, J. 2009. Agri Yield Management. The next revolution in agriculture. DACOM BV, Emmen
- Huinink, J. Th.M. 2011. Bodemgeschiktheidsbeoordeling voor Landbouw, Bosbouw en Recreatie t.b.v een optimalisatie van grondwater- en oppervlaktewaterpeilbeheer – State of the art. BodemConsult-Arnhem
- Laarhoven, G. van. 2011. Beregeningsadvies in mailbox boer. Nieuwe Oogst, maandag 23 mei 2011.
- Reindsen, H. en K.H. Wijnholds, 2011. Sensoren: van de regen in de drup. Nieuwe Oogst. 5 februari 2011
- Snellen, W.B. 1975. Waterverbruik van vijf belangrijke tropische bladgroenten. Doctoraalscriptie  Landbouwhogeschool Wageningen
- Wijnholds, K. , J.R. van der Schoot, J.J. de Haan en L. Nannes, 2011. Watersense in de praktijktest. Nieuwe Oogst. 11 juni 2011

Links:
- Kenniscentrum voor akkerbouw: http://www.kennisakker.nl/kenniscentrum/document/effici%C3%ABnt-gebruik-beregeningswater
- Sensoren en beregening: www.dacom.nl, www.hidrosoph.com, www.sentek.com.au, www.broereberegening.nl
- Boomkwekerij: http://www.tuinbouw.nl/sites/default/files/documenten/00023265.pdf
- Workshop High Tech Beregenen op Maat: http://www.zlto.nl/media/default.aspx/emma/org/10677673/



Deze factsheet is opgesteld door Alterra, december 2011 en herzien in september 2012 en geactualiseerd in juni 2014 en in mei 2015.

Auteurs: B. Snellen (Alterra) en T. van Hattum (Alterra)

Naar boven
OVERZICHT LOPENDE INITIATIEVEN EN ONDERZOEKEN
Onderzoeksproject Onderzoekslocatie Links/documenten
 
WaterSense Veenkoloniën Drenthe www.projectwatersense.nl
Hightech Beregenen op Maat Bedrijven in NB/Aa en Maas Website
Farm Level Optimal Water management: Assistant for Irrigation under Deficit
(FlowAid)
Italië, Spanje, Turkije, Jordanië, Libanon

Website

Beregeningssignaal van Livestock Research en ZTLO

nvt Website

Glastuinbouw Waterproof, Grondgebonden
van o.a. LTO Glaskracht Nederland, WUR, Platform Duurzame Glastuinbouw

Lysimeterexperimenten Website

EFFIDRIP
van o.a. EU, WUR

Divers Europa

Website
WUR-pagina
Partnership Request

STOP
van o.a. Alterra, Partners for Water, DACOM

Egypte Website

 

Naar boven
DISCLAIMER

De in deze publicatie gepresenteerde kennis en diagnosemethoden zijn gebaseerd op de meest recente inzichten in het vakgebied. Desalniettemin moeten bij toepassing ervan de resultaten te allen tijde kritisch worden beschouwd. De auteur(s) en STOWA kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die ontstaat door toepassing van het gedachtegoed uit deze publicatie.

Naar boven
PLAATS UW REACTIE
Uw reactie stellen wij bijzonder op prijs. STOWA zal de reacties meenemen in de updates van de Deltafacts, die regelmatig worden uitgevoerd.
Uw naam en
organisatie
E-mailadres
Reactie
 
  • Beprijzen van water voor de landbouw
  • Blauwe diensten
  • Bloemrijke sterke dijken
  • Bodem als buffer
  • Bodemvochtgestuurd beregenen
  • Borging vitale infrastructuur bij overstroming
  • Bouwen in en op waterkeringen
  • Brakke kwel
  • Compartimentering in het boezemsysteem
  • Conseq. snelle daling waterpeil op waterkering
  • Deltadijk
  • Deltascenario’s en Adaptief deltamanagement_veilig
  • Deltascenario’s en Adaptief deltamanagement_zoet
  • Droogte stuurt functies
  • Dynamisch peilbeheer
  • Ecologische effecten koudwaterlozingen
  • Effect van zandsuppleties op de kust en het wad
  • Effecten klimaatverandering op landbouw
  • Effecten klimaatverandering terrestrische natuur
  • Effecten verzilting zoete aquatische ecosystemen
  • Effectiveness of Water Intake
  • Effectiviteit van waterinlaat
  • Gevolgenbeperking compartimentering dijkringen
  • Informatievoorziening bij calamiteiten
  • Innovatieve dijkconcepten in het Waddengebied
  • Kansinschatting falen waterkeringen
  • Klimaatverandering / grondwaterbeh. sted. gebied
  • Meerlaagsveiligheid in de praktijk
  • Natte teelten
  • Nieuwe normering van waterveiligheid
  • Ondergrondse waterberging
  • Onderwaterdrains
  • Regelbare drainage
  • Regenwaterlenzen
  • Remote Sensing voor waterveiligheid
  • Remote Sensing waterkwantiteits-kwaliteitsbeheer
  • Reserveringszone
  • Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR)
  • Robuustheid
  • Sedimentaire systeem van de Waddenzee
  • Sensoren
  • Stabiliteit veenkade m.o. klimaatverandering
  • Verzekeren van overstromingsschade
  • Waterreservoirs op bedrijfsniveau
  • Zoetwatervoorziening
  • Zoutindringing
  • Zouttolerantie van teelten