Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Klimaatbestendige effectmodule landbouw / Waterwijzer Landbouw (Deltaproof)

Terug
Projectcode 446140
Uitvoerders

KWR Watercycle Research Institute, Wageningen UR en De Bakelse Stroom

Thema Klimaat & water
Einddatum 31-12-2016

Documenten

Het doel van dit project is het ontwikkelen van de Waterwijzer Landbouw: een uniform en breed gedragen methode voor het bepalen van klimaatbestendige relaties tussen waterhuishoudkundige condities en gewasopbrengsten, dit ter vervanging van de huidige methodes. De methode moet zorgen voor een betrouwbare doelrealisatie Landbouw in de zogenoemde Waternoodsystematiek, een realistische vaststelling van het gewenste grond- en oppervlaktewaterregime voor zowel het huidige klimaat als het klimaat van de (nabije) toekomst, alsmede voor betrouwbare effectvoorspellingen. De Waterwijzer Landbouw bestaat feitelijk uit een aantal samenhangende modelinstrumenten en de berekeningen met die instrumenten.

Achtergronden

Voor het berekenen van effecten van waterhuishoudkundige maatregelen op landbouwkundige opbrengsten zijn veel methodes beschikbaar, zoals de HELP-tabellen en TCGB-tabellen. Deze methodes zijn gebaseerd op oude, niet-reproduceerbare berekeningen met weergegevens uit de jaren 1950-1980. Vandaar dat de gebruikers van deze methodes al geruime tijd aandringen op vernieuwing. Om te beginnen omdat het weer is veranderd door klimaatverandering. Datzelfde geldt voor de omstandigheden voor landbouwproductie. Naast een kwantificering van droogte- en natschade willen gebruikers bovendien inzicht hebben in zoutschade en de effecten van extreme weersomstandigheden, terwijl de veel gebruikte HELP-tabellen alleen langjarige gemiddelde effecten geven.  Daarnaast kan er geen  afweging tussen droogte- en zoutschade gemaakt worden met de huidige HELP-tabel omdat zoutschade hierin niet is meegenomen.

In het project Waterwijzer Landbouw ontwikkelt een consortium van een groot aantal partijen een uniform, breed gedragen en praktische methode voor het bepalen van klimaatbestendige relaties tussen waterhuishoudkundige condities en (veranderingen daarin) en gewasopbrengsten, dit ter vervanging van de huidige methoden. Op deze wijze krijgen waterbeheerders, maar ook agrariërs een veel nauwkeurigere inschatting van het effect van waterhuishoudkundige maatregelen op landbouwkundige opbrengsten, in termen van droogteschade, natschade en zoutschade. Waterwijzer Landbouw wordt daarmee een onmisbaar instrument, onder meer bij het doorrekenen van peilbesluiten en inrichtingsplannen en bij het bepalen van de invloed van grondwateronttrekkingen op gewasproductie.

Het project Waterwijzer Landbouw is gestart in het najaar van 2012 en heeft een verwachte looptijd tot en met 2017. In een aantal fasen wordt stapsgewijs toe gewerkt naar het nieuwe instrument.

Fasen van het project

In fase 1 (2013) is toegewerkt naar een operationeel instrument om directe droogteschade, natschade en zoutschade te berekenen. Dit is gebeurd voor gras en aardappel en de berekeningen resulteren in een effect op de gewasverdamping. Op basis van het model SWAP met nieuwe modules is een concept-systeem ontwikkeld waarmee metarelaties tussen waterhuishoudkundige condities en gewasopbrengst kunnen worden afgeleid, voor zowel de huidige meteorologische condities, als die van het klimaat van de (nabije) toekomst. Via deze metarelaties kunnen grondwaterstanden, welke algemeen gemeten of gemodelleerd worden, eenvoudig vertaald worden naar opbrengstdepressies, zonder verdere tussenkomst van complexe procesmodellen.

Fase 2 (2014) van het project heeft geresulteerd in een instrument dat niet alleen verdampingsreductie, maar juist ook de gewasopbrengst-reductie kan berekenen. Dit is uitgewerkt voor gras, aardappel en snijmaïs. Bij simulatiemodellen is het altijd van groot belang om de resultaten te valideren aan de hand van nog niet eerder (bijvoorbeeld voor kalibratie) gebruikte meetgegevens. In fase 2 is daarom uitgebreid aandacht besteed aan de toetsing van het gekoppelde model SWAP-WOFOST, waarbij SWAP de hydrologie en WOFOST de gewasgroei berekend en de koppeling zorgt voor de juiste interactie tussen beide modelsystemen.

In fase 3 (2015-2016) werken we aan de afleiding van metarelaties met dit gevalideerde instrument SWAP-WOFOST voor alle bodemtypes van Nederland voor gras en snijmaïs. Tevens zal voor de melkveehouderij een module worden opgeleverd waarmee bedrijfsvoering kan worden doorgerekend om te komen tot berekende effecten op bedrijfseconomie. Dit betreft een koppeling van SWAP-WOFOST met BBPR, het bedrijfsbegrotingsprogramma voor de melkveehouderij. Ook is het een doel van deze derde fase om de kwantificering van indirecte effecten (voor grasland en snijmaïs) aan het systeem te koppelen. Om de werking van deze nieuwe koppelingen te demonstreren zullen voorbeeldberekeningen met SWAP-WOFOST-BBPR voor enkele bedrijfstypen worden uitgevoerd.

In fase 4 (2016-2017) is onder meer een parameterisatie voor andere gangbare gewassen nodig, evenals een definitieve module voor het meeberekenen van indirecte schade bij al deze gewassen en gewasrotaties. Er is (medio 2016) een eerste start gemaakt met zoeken naar gegevens om de toetsing en parameterisatie van SWAP-WOFOST uit te voeren voor de meest voorkomende gewassen in de akkerbouw, vollegrondsgroenten en bloembollen. Ook zullen in 2016 voor al deze gewassen de indirecte effecten van droogte, natschade en zoutschade worden geïnventariseerd.

Er is zeer waarschijnlijk ook behoefte aan een aanvullende of verbeterde zoutschademodule. Voor delen van Nederland met zoute/brakke kwel is het reduceren van zoutschade namelijk ten minste zo belangrijk als het reduceren van droogte- en natschade. De afweging tussen droogte- en zoutschade kan met de huidige HELP-tabel niet worden gemaakt, omdat zoutschade hierin niet is meegenomen. In 2016 vindt (buiten Waterwijzer Landbouw) een studie plaats die onder meer nadere uitspraken moet gaan doen over zouttolerantie van gewassen. Deze informatie zal worden geïmplementeerd in de Waterwijzer Landbouw.

Zo brengen we in 2016 in beeld wat er nodig is om Waterwijzer Landbouw voor heel Nederland uit te rollen en hoe we een tool kunnen maken die voor de verschillende gebruikers goed te hanteren is. Dat levert een plan op voor de werkzaamheden in deel 2 van fase 4.

Voor 2017 gata het om de volgende nog uit te voeren activiteiten:

  • toetsing aan proef- en praktijkgegevens;
  • implementatie van verbeterde of aanvullende zoutschademodule;
  • afleiden metarelaties voor akkerbouw, vollegrondsgroenten en bloembollen en koppeling met indirecte effecten (droogte-, nat- en zoutschade) en (bedrijfs)economie
  • bouwen van een (set van) gebruikersvriendelijke tool(s), voorzien van documentatie en handleiding, die aansluit bij de wensen van gebruikers (waterschappen, Rijkswaterstaat, drinkwaterbedrijven etc.).

De Waterwijzer Landbouw zal uiteindelijk in de plaats komen van de HELP-en TCGB-tabellen (en Agricom).

Deelnemende partijen

Onder aanvoering van STOWA is een breed draagvlak voor dit project gecreëerd. Inbreng is afkomstig van Deltaprogramma Zoetwater, waterschappen, LTO, provincie Utrecht, de waterbedrijven Vitens en Brabant Water, AdviesCommissie Schade Grondwater (ACSG-BIJ12), Alterra/Ministerie van EZ (via het KennisBasisprogramma) en Zoetwatervoorziening Oost Nederland (ZON).

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met projectleider Mirjam Hack van Alterra.

Proeftuingebieden in kaart