Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Hoe verder met dynamisch kustbeheer? (fase 2, 08-09-2011)

Terug
Projectcode 2010-W-05
Uitvoerders
Thema
Einddatum 1-1-2013

Dit is een voorlopige pagina, de nieuwe website is in ontwikkeling. Wilt u op de hoogte blijven mail dan aan: deltaproof@stowa.nl

Dynamisch kustbeheer: voor velen een vaag begrip, dat telkens weer opduikt. Het toepassen ervan vormt een actiepunt in de derde kustnota en in menig onderzoek en beheersplan komt het naar voren.
Omdat uit evaluatie blijkt dat het niet overal goed van de grond komt, zoeken STOWA en Rijkswaterstaat samen met beheerders naar antwoorden op vragen over dynamisch kustbeheer.

Hier bundelen we informatie over dynamisch kustbeheer, het is bedoeld om beheerders die ‘’hun kust’’ dynamisch willen beheren te ondersteunen. Input voor de site zijn een workshop die in mei 2010 plaatsvond en voorlopige resultaten van acties die daaruit voortvloeiden. De voortgang van deze acties worden besproken tijdens een tweede workshop, die STOWA en Rijkswaterstaat in september 2011 organiseren.

Deze informatie is een eerste aanzet en nog lang niet volledig.
De teksten zijn een voorstel: suggesties en opmerkingen zijn van harte welkom!

Inhoudsopgave
- wat is dynamisch kustbeheer
- waarom is dynamisch kustbeheer belangrijk
- Natura 2000
- Mogelijkheden
- Monitoring
- Dynamisch kustbeheer in projecten
- FAQ
- Achtergrondinformatie
- Workshops

Wat is dynamisch kustbeheer

Dynamisch kustbeheer kan worden omschreven als ‘’het beheer dat gericht is op het dynamiseren van de zeereep om het natte en het droge deel van de kust met elkaar te verbinden en een meer dynamische kust te krijgen.’’ Sinds 1990 zijn de mogelijkheden voor dit beheer groter geworden. Toen koos de regering ervoor dat de kustlijn zou worden gehandhaafd op de plek waar deze toen lag. Sindsdien wordt op plekken waar de kust structureel achteruitgaat, zand gesuppleerd. Dynamisch kustbeheer leidt tot een herverdeling van dit zand en tast niet de veiligheid van het achterland aan.
Er zijn verschillende vormen van dynamiek: van kleinschalig tot grootschalig:

primaire duinenPrimaire duinen
Dit zijn deels begroeide lage duintjes op het strand en de buitenste rand van de zeereep. Ze vormen een prille fase van duinvorming en heten ook wel embryonale duintjes.
Vaak  beginnen de duintjes door de overstuiving van door de zee achtergelaten wier, dood zeegras, schelpen etc. (vloedmerk). Kenmerkende plant is Biestarwegras.


Stuivende zeereep
Dit is de lichtste vorm van dynamisering. Het vegetatiedek is niet aaneengesloten en er vormen zich ondiepe kuilen.
De zeereep varieert daardoor in vorm en hoogte. Er stuift enig zand door naar het gebied achter de zeereep.





Gekerfde zeereep
Hier gaat de dynamisering een stap verder dan bij een stuivende zeereep. Er vormen zich diepere stuifkuilen/kerven, met een vooraf afgesproken en vastgelegde ondergrens. Een gekerfde zeereep fungeert als doorgeefluik van zand.




Paraboliserende zeereep

Hier is de schaal van dynamisering groter dan bij een gekerfde zeereep. Er vormen zich diepere stuifkuilen /kerven, zonder afgesproken ondergrens. Als de wind vanaf het strand zand naar het duingebied blaast, kunnen de zandhopen door het duingebied ‘gaan wandelen’. Dat proces heet parabolisering. Kenmerkend is dat een paraboliserende zeereep niet aaneengesloten is.


Wash-over
Een washover is een doorbraak in zeereep. Het proces van washover is actief bij stormvloedstanden: dan dringt de zee het achterliggende gebied (de washovervlakte) binnen. Washovers kunnen zowel in aangroei- als afslagkusten voorkomen. Een washover heeft geen duidelijke omgrenzing en de washovervlakte wordt soms wel/soms niet door duinen omgeven.




Slufter
Een slufter is een doorbraak in de zeereep waar het getijdenwater regelmatig het achterliggende gebied binnenstroomt. Er zijn zowel slufters in aangroeikusten (afsnoering van primaire valleien) als in afslagkusten.




Waarom is dynamisch kustbeheer belangrijk

Dynamisch kustbeheer heeft de volgende doelen
  • Het creëren van een buffer voor veiligheid. Een zandbuffer vergroot de veerkracht van de kust voor nu en voor de lange termijn.
  • Bijdrage aan duurzame veiligheid: meegroeien met de zeespiegel. Als wind en/of zee de ruimte hebben om sediment af te zetten, kunnen (buitendijkse) duinen en kwelders meegroeien met de stijgende zeespiegel. Dit proces wordt nu vaak belemmerd door de aanwezigheid van een dichte begroeide en stabiele zeereep. Recent onderzoek [toont aan dat dynamische zeerepen met kuilen en kerven fungeren als ‘doorgeefluik’ van zand naar het achterland.
  • Bijdrage aan veerkrachtige natuur. Landschapsvormende processen zoals verstuiving van zand en overspoeling met zout water zijn ‘sturend’ voor de ontwikkeling van het duin- en kustlandschap. Veroudering van vegetatie wordt tegengegaan en het aantal overgangen tussen zoet/zout, droog/nat, hoog/laag zandig/slibrijk neemt toe. Dat is gunstig voor de diversiteit aan habitats en soorten.
Beleidsmatig kader
Dynamisch kustbeheer is een doelstelling uit het kustbeleid. In 2000 werd de derde kustnota ‘Traditie, Trends en Toekomst’ uitgebracht. Dynamisch kustbeheer wordt hierin omschreven als een voorwaarde voor herstel en vergroting van een veerkrachtige kust. De kustnota geeft aan dat dit verder wordt uitgebreid en neemt het volgende actiepunt op: ‘’dynamisch beheer van de duinen verder stimuleren. Het initiatief hiervoor ligt bij terrein- en waterkeringbeheerders.’’

Wettelijke grondslag
In sommige gebieden is het nodig om aan wettelijk verplichtingen te voldoen (Natura 2000 [link naar pagina over Natura 2000). Het behoud en/of de ontwikkeling van veel habitats heeft een wettelijke grondslag. Bijna het gehele duingebied is aangewezen als Natura 2000 gebied en valt onder de Natuurbeschermingswet. Dynamisch kustbeheer is een voorwaarde voor behoud/bescherming van habitats zoals witte duinen, grijze duinen en zilte pionierbegroeiingen.

Natura 2000
Voor Natura 2000-gebieden heeft dynamisch kustbeheer ook een wettelijke grondslag. Deze gebieden omvatten Vogelrichtlijngebieden, Habitatrichtlijngebieden en/of beschermde natuurmonumenten. De bescherming is vastgelegd in de Natuurbeschermingswet. Bijna het hele duingebied is (inclusief de primaire waterkering) valt hieronder. In de aanwijzingsbesluiten van Natura 2000-gebieden is beschreven welke habitattypen (typen leefgebieden) of soorten moeten worden beschermd en welke doelen daarbij gelden. Op de website van het Interbestuurlijk Regiebureau Natura 2000 is veel informatie te vinden over Natura2000.

De tabel (download hier) geeft aan welke dynamische habitattypen in de buitenste duinen moeten worden beschermd en welke doelstellingen daarbij gelden.

Relevante habitats
Relevante habitats voor de buitenste duinen zijn:

Embryonale duinen (habitattype 2110)
Dit zijn deels begroeide lage duintjes op het hoge strand. Ze zijn te vinden langs aangroeiende of stabiele kusten en vormen de prille fase van primaire duinvorming. Ze kunnen beginnen vanuit Biestarwegras, dat kiemt op het strand.
In ongeveer de helft van de als Natura2000 gebied aangewezen duingebieden geldt een behoudsdoelstelling voor oppervlak/kwaliteit embryonale duinen.

Witte duinen (habitattype 2120)
De naam ‘witte duinen’ slaat op de kleur van het zand: omdat er nog geen bodemontwikkeling heeft plaatsgevonden, is de kleur nog wit in plaats van grijs. Witte duinen zijn te vinden in de buitenste duinen, waar zoutinwaai en stuivend zand zorgen voor een extreem milieu waarin slechts weinig plantensoorten kunnen overleven. De meest dynamische standplaatsen worden gekenmerkt door een afwisseling van hoge graspollen en kaal zand, met ( vitaal) Helmgras als dominante soort. In ongeveer de helft van de aangewezen duingebieden moet het oppervlak en de kwaliteit van witte duinen worden behouden. In de andere helft van de gebieden gaat de doelstelling een stap verder. Daar moet het oppervlak worden behouden of uitgebreid én de kwaliteit van het habitat worden verbeterd.

grijze duinenGrijze duinen (habitattype H2130)
Grijze duinen bestaan vooral uit droge graslanden met soortenrijke begroeiingen van laagblijvende grassen, kruiden, mossen en/of korstmossen. Ze zijn  meestal bijzonder rijk aan plantensoorten. Voor duurzaam behoud van dit habitat is het belangrijk dat er regelmatig wat zand vanuit de witte duinen stuift. Zonder dynamiek neemt de kans toe op veroudering van de vegetatie en dichtgroeien met struiken. In vrijwel alle aangewezen duingebieden moet het oppervlak van grijze duinen worden uitgebreid en de kwaliteit van het habitat worden verbeterd.

zilte pionierbegroeiingZilte pionierbegroeiingen (H1310)
Dit habitattype omvat pioniersbegroeiing langs de kust, op de grens van land en zee, met Zeekraal als kenmerkende soort. Voor  behoud van dit habitattype is matige dynamiek van overspoeling met zout water nodig. Voor enkele kustgebieden (vooral Waddeneilanden en Zeeland) geldt de Natura2000 doelstelling: behoud van oppervlak en kwaliteit.




Schorren en zilte graslanden (H1330)

Dit type habitat omvat buitendijkse schorren die met regelmaat door zeewater worden overspoeld en binnendijkse gebieden die onder invloed staan of gestaan hebben van zout water. Kenmerkende soorten voor dit habitattype zijn Lamsoor, Gewoon kweldergras, Gewone zoutmelde en Strandkweek.
Ook hier geldt voor slechts enkele kustgebieden (vooral Waddeneilanden en Zeeland) de Natura2000 doelstelling: behoud van oppervlak en kwaliteit.

Mogelijkheden
De mogelijkheden voor dynamisch kustbeheer hangen af van lokale omstandigheden zoals:
•    Type kust
•    Situatie met betrekking tot veiligheid (‘’is er zand over?’’)
•    Andere vormen van landgebruik / andere belangen

Het uitwerken van de mogelijkheden vereist maatwerk en overleg met alle betrokkenen. Ook communicatie en het verkrijgen van draagvlak zijn essentieel.

Deltares werkt in samenwerking met Rijkswaterstaat in de zomer van 2011 aan een handreiking, die beheerders bij het verkennen van de mogelijkheden kan ondersteunen. De resultaten hiervan zullen najaar 2011 via deze site toegankelijk zijn.

Monitoring
Om ervoor te zorgen dat dynamisch kustbeheer geen ongewenste gevolgen heeft, willen beheerders de ontwikkelingen goed volgen. Ze vinden vooral de toename of de afname van de hoeveelheid zand in de waterkering belangrijk.
Deltares en STOWA verkennen in de zomer van 2011 mogelijkheden hiertoe. Zodra hiervan resultaten beschikbaar zijn, zullen deze via deze site beschikbaar zijn.

Dynamisch kustbeheer in projecten
Hier volgt een beeldend overzicht van de vele projecten waarin dynamisch kustbeheer een rol speelt. Voorbeelden:
•    Zandmotor
•    Onderzoek naar effect zandsuppleties op duingebied
•    Building With Nature
•    OBN
•    Etc.



FAQ
Hier volgt een overzicht van veelgestelde vragen en antwoorden daarop.

Achtergrondinformatie
Hier volgt een lijst met relevante pdf’s (met mini-samenvatting) en links.

Workshops
Workshop ’hoe verder met dynamisch kustbeheer’ (mei 2010)
Om ervaringen met dynamisch kustbeheer uit te wisselen, organiseerden STOWA en Rijkswaterstaat een workshop met beheerders van waterkering en duinen. De conclusies van de workshop zijn opgenomen in een visierapport ‘’Hoe verder met dynamisch kustbeheer?’’
Dit document bevat zes actiepunten, waar STOWA en Rijkswaterstaat gezamenlijk aan werken:
•    Zorg voor een handreiking dynamisch kustbeheer met heldere definities en met mogelijkheden voor de toepassing van dynamisch kustbeheer
•    Geef informatie over de betekenis van Natura 2000 voor de waterkering
•    Heldere communicatie
•    Zorg voor goede monitoring
•    Afstemmen van onderzoek en projecten tussen overheden en instanties
•    Beantwoorden van ad-hoc vragen

Vervolg workshop dynamisch kustbeheer (8 september 2011)
In september 2011 organiseerden STOWA en Rijkswaterstaat opnieuw een workshop over dynamisch kustbeheer. Zij hebben de stand van zaken toegelicht van de acties die uit de vorige bijeenkomst voortvloeiden. Ook komt het “platform dynamisch kustbeheer” aan bod, als middel om de beheerder daadwerkelijk een stem te geven.  Daarna volgden enkele presentaties over “dynamisch kustbeheer in de praktijk’’.
In de middag was het woord aan de deelnemers. Hoe kunnen STOWA en Waterdienst hun acties zo afronden, dat het functioneel is voor de beheerders? Vooral voor het onderwerp “communicatie’’ is veel ingebracht. Binnenkort volgt een terugkoppeling.